‘We moesten elkaar terugvinden. We waren verdwaald’

Acteur, schrijver en regisseur Peter Römer (64) en coach Annet Hock (56) kenden elkaar al toen ze nog kinderen waren. Ze zijn nu 33 jaar samen en schreven onlangs een thriller, En nu ik!. ‘Het was spitsroeden lopen. Maar het beviel uiteindelijk toch.’

Scène 1

Najaar 1968. Een woonhuis aan de Parnassusweg, Amsterdam.

Een 8-jarig meisje komt een 16-jarige puber, die druk zit te schrijven op zijn kamer, een kopje thee brengen.
A: ‘Als kind kende ik Peter al. Onze ouders waren bevriend.’
P: ‘Mijn vader was acteur, jouw vader gitarist. Ze zaten samen in een productie en we woonden bij elkaar in de buurt.’
A: ‘We kwamen regelmatig bij elkaar over de vloer. En op een keer vroeg Peters moeder of ik Peter een kopje thee wilde brengen. Die zat boven in zijn kamer, indrukwekkend achter een enorme typemachine. Ik kwam binnen met dat kopje thee en vroeg aan hem: wil je later schrijver worden? En toen sprak Peter de gouden, arrogante woorden ‘schrijver word je niet, schrijver ben je’.’
P: ‘Ze was gewoon een klein meisje en daar ben je niet mee bezig als puberende schrijver in de dop. Dus ik kan me weinig van het voorval herinneren.’
A: ‘De jaren gingen voorbij. Peter trouwde, ik ben nog met mijn moeder op kraamvisite geweest bij de geboorte van zijn dochter Nienke. Maar we verloren elkaar daarna volkomen uit het oog.’

Scène 2

Zomer 1983. Een café in het centrum van Amsterdam.

Een serveerster zegt tegen een acteur die in het café komt eten: ik heb je ooit nog een kopje thee op je kamer gebracht.
A:‘Ik studeerde Nederlands en had een nieuw baantje als serveerster in dat café. Ik was er heel blij mee, want het betaalde goed. Maar ik zat met een probleem, want ze waren erachter gekomen dat ik jonger was dan ze dachten en ze wilden het nog even aankijken.’
P: ‘Dat café zat naast Toneelgroep Centrum, het theatergezelschap waar ik bij werkte. Ik was gescheiden, woonde alleen en was voortdurend in dat café te vinden. Op een dag zat ik een biertje te drinken op het terras en toen kwam jij binnenlopen. Je groette mij, want je herkende me. Ik dacht: wat een lekker wijf. En op een gegeven moment kwam ik naar binnen om te eten.’
A: ‘Toen vroeg ik je of je even wilde doen alsof ik de leukste serveerster was die je ooit was tegengekomen. Ik wilde graag indruk maken op mijn nieuwe werkgever.’
P: ‘Maar ik had geen idee wie je was…’
A: ‘Ik zei: weet je het niet meer? Ik heb je ooit nog thee gebracht toen ik een heel klein meisje was.’
P: ‘Toen herinnerde ik me haar wel, hoor.’
A: ‘Die avond is er verder niets gebeurd.’
P: ‘Ik dacht alleen: wat een leuke vrouw.’
A: ‘Ik vond hem altijd al de leukste van de vier broers. Als kind al. In de dagen die volgden, lette ik goed op of hij in het café zat.’
P: ‘En ik zat er vaak.’

romer1

Scène 3

Oktober 1983. Het strand van IJmuiden.

De studente Nederlands en de acteur maken een strandwandeling. Zij gaat steeds dichter tegen hem aanlopen.
A: ‘De barvrouw van het café waar ik werkte, vertelde op een dag dat ze naar IJmuiden was geweest en dat een strandwandeling zo ontzettend lekker was. Dat zou ik zo graag willen, zei ik, maar de treinen staken morgen. Ik legde de bal op de stip en Peter was zo beleefd om hem er in te schoppen.’
P: ‘Ik zei meteen: ik wil je wel brengen. Dus gingen we samen naar IJmuiden om die strandwandeling te maken.’
A: ‘Op een gegeven moment ging ik dichter tegen hem aanlopen. Toen gaf hij mij onze eerste zoen, maar ik gaf het voorzetje.’
P: ‘Nu weet je hoe het gaat bij ons. De voorzetten zijn van Annet en ik kop ze erin.’
A: ‘Dat was eind oktober en 1 november ben ik voor het eerst bij je blijven slapen. Die datum is ook onze trouwdatum.’
P: ‘Allereerst was er die fysieke aantrekkingskracht. Dat eerste onbenoembare, magische moment. Maar ik merkte al snel dat ik ook enorm met haar kon lachen. En we begrepen heel goed waar de ander vandaan kwam.Als je niet voortdurend hoeft uit te leg- gen wat je achtergrond is en hoe een leven als acteur en schrijver in elkaar steekt, hoe wankel en onzeker dat is, helpt dat. Dan heb je daar niet voortdurend strijd over.’
A: ‘Ik ben opgegroeid in omstandigheden die vergelijkbaar zijn met Peters jeugd. Premières waren bij ons altijd heel belangrijk en leverden veel stress op.’
P: ‘Het gaf mij een gevoel van veiligheid dat zij wist wat dat was.’
A: ‘Het was al heel snel vertrouwd tussen ons.Alsof ik thuiskwam. We konden goed praten over de dingen die we als kind moeilijk vonden. Er zijn bij ons thuis wel serviezen gesneuveld omdat er een première zat aan te komen.Voor een kind is dat een redelijk onveilige situatie.
P: ‘We hebben het over dingen waarvan je licht beschadigd raakt. Die een kras opleveren. Er was een hoge mate van onvoorspelbaarheid in mijn jeugd. Annet begreep dat en dat was troostend.’

Scène 4

Sinterklaas, 1983. De woning van Annet in Amsterdam.

De acteur komt een sinterklaascadeau brengen, samen met zijn twee kinderen. Ze ontmoeten de nieuwe liefde van hun vader voor het eerst.
A: ‘Jullie kwamen bij mij thuis met een sinterklaasgedicht dat jij met koeienletters op een rol behang had geschreven. Omdat ik mijn lenzen was kwijtgeraakt en het anders zogenaamd niet zou kunnen lezen. De kennismaking met Nienke en Thijs verliep heel goed. We zijn naar het Amsterdamse Bos gegaan met zijn vieren en het ging zo makkelijk. De kinderen hebben het mij nooit in- gewikkeld gemaakt. Ik was ook niet de reden van Peters scheiding. Ik kwam een paar jaar later pas in beeld.’
P: ‘Ik voelde dat het serieus was tussen Annet en mij. Het was tijd om haar voor te stellen.We gingen heel snel samenwonen, dus ik zadelde haar vrijwel direct op met twee kinderen.’
A: ‘Ik heb daar helemaal niet bij stilgestaan. Ik dacht gewoon: dat gaan we doen. In het begin waren de kinderen alleen om de week een weekend bij ons. Maar al vrij snel kwamen ze doordeweeks ook. Ik was opeens moeder van een gezin met twee kinderen en ik genoot ervan. Ik vond het leuk voor hen te zorgen. Maar ik heb voordat ik met Peter ging samenwonen wel gevraagd: is er in jouw hoofd ruimte om nog een keer vader te worden?’
P: ‘Die ruimte was er. Het was niet zo dat ik op mijn knieën zeeg en riep: ja van jou wil ik een kind! Maar ik vond het logisch dat zij ook een eigen kind wilde.’

Scène 5

Augustus 1989. Het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam.

Na een pittige bevalling houden de lerares Nederlands en de acteur hun eerste zoon in de armen.
A: ‘Het heeft een tijdje geduurd voordat Job kwam. Ik heb eerst drie miskramen gehad. Dat was heel heftig. Ik dacht op een zeker moment: gaat het nog wel lukken?’
P: ‘Het was een emotionele tijd. Ik moest eraan wennen dat Annet de neiging had vrij snel in tranen uit te barsten.’
A: ‘Ik was nogal labiel toen.’
P: ‘Dat had ik nog nooit zo meegemaakt. Ik vond het moeilijk om daarmee om te gaan. Ik was daar niet goed in.’
A: ‘Nou, je bent er wel veel beter in geworden.Vroeger ging je het liefst een boodschap doen om terug te komen als ik het weer on- der controle had. Dat doe je nu niet meer. Het was trouwens niet zo dat ik hele dagen jankte, hoor. Maar ik kan nogal explosief zijn in mijn emoties. Gelukkig konden we er ook om lachen. Ik weet nog dat we een keer op een verjaardag waren en dat jouw zus de legendarische woorden sprak: we kunnen nog niet naar huis, want Annet heeft nog niet gehuild. Daar hebben we toen hartelijk om gelachen.Vaak.’
P: ‘Maar uiteindelijk kwam alles goed, want Job werd geboren. Hoe dat ging, herinner ik me nog levendig.Annets vliezen braken midden in de nacht en we moesten naar het ziekenhuis. Zij zat op de achterbank op handen en knieën te puffen om de weeën weg te krijgen. En ik reed verkeerd.’
A: ‘Job woog ruim negen pond, dus het was nogal wat.’
P: ‘God wat ging dat moeizaam. Het gebeurde gewoon niet. Ik weet nog dat ik wanhopig ging meepuffen. Ik werd ook geslagen door Annet, die nauwelijks meer wist wat ze deed.’
A: ‘Het deed zo’n pijn, er moest gewoon iets gebeuren!’
P: ‘Op een gegeven moment zei de arts: als het zo doorgaat, moeten we het kind halen met een keizersnee. En toen kwam onze eigen gynaecoloog binnenlopen om te kijken hoe het ging. Hij zei: laat me het één keer proberen. Ik denk dat Annet door zijn aanwezigheid eindelijk kon ontspannen.Want ik zie nog hoe hij voor haar ging zitten en Job er met de vacuümpomp zo uithaalde.
A: ‘Ik vond het geweldig om een eigen kind te hebben. En het was zo mooi om te zien hoe Nienke en Thijs met Job omgingen. Nienke was toen een jaar of dertien en zij ging er helemaal in mee. Nu zegt ze: het was zo leuk, ik kreeg opeens een bewegende pop.’

romer3

Scène 6

December 1994. Kennemer Gasthuis, Haarlem.

De lerares Nederlands en de acteur krijgen hun tweede zoon. Maar na de bevalling heeft hij blauwe voetjes.
A: ‘Het ging in het begin niet goed met Bram. We hebben nooit geweten wat het was, er is nooit iets gediagnosticeerd. Maar hij heeft lang in het ziekenhuis gelegen en dat was een heel moeilijke periode.’
P: ‘Het was niet vanzelfsprekend dat hij zou blijven leven. Annet en ik waren allebei doodsbang.’
A: ‘In zo’n situatie kun je elkaar kwijtraken en dat is ook gebeurd.’ P: ‘We moesten allebei iets enorms verwerken. Maar ik deed dat anders dan Annet. Zij wilde er constant over praten, ik wilde dat juist niet. Zo ontstond er onbegrip. Onder dat soort heftige omstandigheden gaan veel echtparen uit elkaar.Want het is moeilijk om de ander te steunen en te troosten als je met hetzelfde probleem worstelt.Annet en ik dreven uit elkaar.’
A: ‘We zaten allebei in onze eigen overlevingsmodus. Ik wilde de angst uitspreken, maar Peter wilde dat niet − eigenlijk ook om mij te beschermen. Het gesprek loopt dan wel dood. Maar toen duidelijk werd dat het goed zou komen met Bram, konden we al heel snel praten over wat we niet bij elkaar konden vinden.’
P: ‘Er was geen groot gat te repareren, we moesten elkaar gewoon terugvinden.We waren verdwaald.’
A: ‘We hebben er veel van geleerd. Daarna hebben we twee grote tragedies meegemaakt. Mijn schoonzusje, de vrouw van mijn broer, is jong overleden aan borstkanker. Zij en mijn broer waren onze beste vrienden, we deden heel veel samen. Mijn broer is nooit over haar dood heen gekomen en is twee jaar geleden overleden. Beide keren zijn Peter en ik heel erg samen geweest.’
P: ‘Toen konden we elkaar wel steunen.We hebben het intensief samen gedaan.’
A: ‘Ons leven is geen grote roze wolk geweest. Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat het tussen Peter en mij tot een breuk zou komen. Ik ben er altijd al van overtuigd geweest dat we eruit zouden komen.’

Scène 7

Lente 2016. Een prachtig huis op een berg in Rincón de la Victoria, Andalusië.

Een echtpaar schrijft samen een literaire thriller. Dat gaat beslist niet zonder slag of stoot.
P: ‘De kinderen gingen het huis uit. En toen zaten we met zijn tweeën.’
A: ‘We zagen om ons heen echtparen van onze leeftijd scheiden. Of naar het buitenland gaan. Of ze namen een hond. Ik zei tegen Peter: wat gaan wij dan doen?’
P: ‘We besloten wat langer uit Nederland weg te gaan.Drie maan- den naar Spanje. Maar wat zouden we in die maanden doen? Toen bedachten we: we gaan samen een boek schrijven.’
A: ‘We hebben in dat prachtige huis op die berg de opzet voor het boek gemaakt. Dat ging niet meteen goed, hoor. De eerste twee weken dacht ik de hele tijd aan de uitdrukking: zonder wrijving geen glans. Ik kan niet zo heel goed tegen kritiek.’
P: ‘Ik vind dat je je heel beschaafd uitdrukt…’
A: ‘En Peter geeft zijn feedback niet zoals ik vind dat het moet… Maar we zijn er wel uitgekomen.’
P: ‘Het was spitsroeden lopen. Ik vond het niet makkelijk.’
A:‘Maar op een gegeven moment hebben we een manier gevonden om goed samen te werken.’
P: ‘We hadden toch vertrouwen in elkaar. Vertrouwen dat we allebei hetzelfde wilden. Het boek dat er nu ligt, is een boek van ons tweeën. En we gaan nog een tweede boek maken.’
A: ‘Want uiteindelijk beviel het toch. Het komt tussen ons altijd weer goed.’
P: ‘Als we vroeger een conflict hadden, wilde Annet het er steeds weer over hebben. Maar nu klaren we in korte tijd de lucht.’
A: ‘Dat is iets wat we hebben geleerd.Vroeger stoof ik naar boven en dan liet jij me gaan. Denkend: ga jij maar boos zitten wezen, ik ga lekker Studio Sport kijken. Maar dan was ik de volgende dag nog bozer.We hebben geleerd eerder naar elkaar toe te komen.’
P: ‘Het mooie van Annet is dat ik me van het begin af aan veilig bij haar heb gevoeld. Ze had het eerder tijdens dit gesprek over thuiskomen, maar voor mij was het geen thuiskomen.Voor mij was het voor het eerst dat ik veiligheid voelde.’
A: ‘Die veiligheid zochten we allebei.’
P: ‘En die hebben we elkaar kunnen geven.’

Tekst: Renate van der Zee Fotografie: Nine Ijff

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+