‘WE HEBBEN NOG STEEDS EEN HEEL ANDER LEVENSRITME’

Ze zijn tien jaar getrouwd, maar zangeres/presentatrice Manuëla Kemp (56) en muziekjournalist Tjerk Lammers (64) wonen pas sinds een jaar samen. ‘Toen ik haar ten huwelijk vroeg zei ze: Ja, maar mag ik dan wel alleen blijven wonen? Ik vond dat een prima idee.’

Scène 1

Ergens in 1998. Een café in het centrum van Amsterdam.
Tijdens de voorbereidingen voor een muziekprogramma overlegt de presentatrice met de muziekjournalist. Hij is van haar onder de indruk.
T: ‘Ik vond Maan geweldig. Maar eigenlijk had ik haar lang voordat we samen bij dat programma werkten al op het oog. Begin jaren 90 was er namelijk een televisieprogramma dat Eigen Huis & Tuin heette. Ik had geen eigen huis en ook geen eigen tuin, maar ik keek wel naar dat programma – omdat ik de presentatrice zo leuk vond. En dat was Maan. Maar ik zou haar inderdaad pas in levenden lijve ontmoeten toen ze De vrienden van Amstel Live ging presenteren. Ik vond haar oogverblindend mooi en ze leek me ook heel aardig. Later bleek dat ze inderdaad heel aardig was en uitzonderlijk lief. Maan is het liefste meisje dat ik ken.’
M: ‘Ik vond Tjerk meteen heel erg grappig. Maar niet aardig.’
T: ‘Wel grappig, maar niet aardig?’
M: ‘Ik vond jou zo stug. Daar schrok ik een beetje van. Je kent mij: ik zeg bij alles ‘dank je wel’ en ‘lief dat je het vraagt’. Maar jij zei gewoon kortweg ‘ja’ of ‘nee’. Ik had moeite met jouw omgangsvormen, ik moest daar even doorheen. Maar er ontstond wel vrij snel een vriendschap tussen ons.’
T: ‘Maar ja, zij had toen nog verkering, dus veel verder dan dat kwam het niet.’

Scène 2

Voorjaar 2002. Een klein theater in Amsterdam.
De zangeres/presentatrice en de muziekjournalist bezoeken een concert. Na afloop zoenen ze elkaar voor het eerst.
T: ‘Op een gegeven moment ging haar relatie uit en toen meende ik een opening te zien. We gingen samen naar een concert van Ellen ten Damme in de Roode Bioscoop in Amsterdam. En na afloop zijn we gaan zoenen. Ik dacht: nu moet ik een move maken, na al die jaren. En zij ging er in mee.’
M: ‘Maar dat leidde niet meteen tot verkering.’
T: ‘Nee, het ontwikkelde zich niet. Ik heb er jaren over gedaan om Maan in te palmen. Want ze was geen makkelijk te versieren vrouw, om me maar eens in jongenstermen uit te drukken. In het begin was ze met Jeroen. Daarna had ze weleens wat met andere mannen en dat zag ik met lede ogen aan. Dan dacht ik bij mezelf: en ik dan? We hebben heel lang om elkaar heen gedraaid. Of laten we het zo stellen: ik draaide heel lang om haar heen. En Maan dacht gewoon: leuke jongen, die Tjerk.’
M: ‘Na die avond hebben we nog wel een keer gezoend, maar zonder dat het tot een verkering kwam. We hebben heel wat afgezoend, maar het leidde telkens tot niets. Elke keer als ik Tjerk zag, dacht ik: oh ja gezellig Tjerk, leuke jongen. Maar daarna vergat ik het weer.’
T: ‘Ik probeerde minstens één keer per jaar met haar uit te gaan. En op een avond stelde ik haar mijn prangende vraag. Ze reageerde niet eens zo negatief. Ze ging niet onmiddellijk blij rondfladderen, maar ze was niet afwijzend. En toen werd het dus wat tussen ons. Aarzelend in het begin. Maar stapje voor stapje groeide het. Maan en ik hebben veel overeenkomsten, we kennen veel dezelfde mensen, hebben dezelfde interesses en zitten allebei tot over onze oren in de muziek. Maar aan de andere kant zijn we zijn ook heel verschillend. Zij is extravert, ik ben introvert.’
M: ‘Toen hij vroeg: Wordt het nog wat tussen ons? dacht ik in eerste instantie: dat weet ik niet zo goed. Maar vervolgens realiseerde ik me, we kunnen het zo goed met elkaar vinden en ik vind hem zo’n leuk mens, dus laten we het eens proberen. De eerste weken was het een beetje onwennig. Ik werd echt gaandeweg verliefd op Tjerk. Pas toen we een tijdje verkering hadden, dacht ik: verrek, ik ben gewoon hartstikke verliefd! Tjerk is zo oprecht, zo standvastig en hij houdt zo onvoorwaardelijk van mij. Dat maakt dat ik me heel zeker voel in onze relatie. Hij doet altijd wat hij belooft en laat me helemaal vrij. Hij is ook nooit jaloers, hij gunt iedereen alles. Dat vind ik zo mooi aan hem.’

Pas toen we een tijdje verkering hadden, dacht ik: verrek, ik ben hartstikke verliefd!’ – Manuëla

Scène 3

Voorjaar 2008. Een hotelkamer in Parijs.
De zangeres en de muziekjournalist beleven hun eerste ruzie. Zij beent stampvoetend de hotelkamer uit.
M: ‘Waar het over ging? Te onbenullig voor woorden. Dat wil ik echt niet teruglezen in een tijdschrift, hoor.’
T: ‘We hadden ruzie, maar ik dacht: te gek! Dat betekent dat we echt een relatie hebben. Ik vond het een goed teken. In een volwassen relatie heb je af en toe woorden, dat kan niet anders. Ik houd helemaal niet van ruziemaken, maar ik zag het alleen  maar als iets heel positiefs, toen. Dat heb ik ook tegen jou gezegd: We hebben ruzie, helemaal te gek.’
M: ‘Toen jij dat zo zei, vond ik het opeens ook leuk. Ik vond het top dat jij dat zo zag. Ik werd steeds verliefder op je.’

Schermafbeelding 2019-08-01 om 16.29.27

Scène 4

Zomer 2008. Het huis van de muziekjournalist in Amsterdam.
Zij komt terug van vakantie en zit vol verhalen. Hij zegt: Wees nou eens even stil, ik wil je wat vragen. Vervolgens gaat hij op één knie zitten.
T: ‘Maan heeft een huisje op een Grieks eiland en zij ging daar vier weken naartoe. Ik ging ook mee, maar alleen voor een week, want we waren nog aan het aftasten en ze wilde niet dat ik vier weken zou blijven. Ik ging dus eerder terug en zat vervolgens drie weken alleen thuis. En dat waren de langste weken van mijn leven. Op dat eilandje was ik nog verliefder op haar geworden en ineens zat ik drie weken zonder haar. Toen wist ik het helemaal zeker: ik wil nooit meer zonder die vrouw. Zo kwam ik op het idee om haar ten huwelijk te vragen.’
M: ‘Ik zat natuurlijk vol met verhalen en was alleen maar aan het vertellen. Toen zei hij: Wees nou eens even stil.’
T: ‘Ik had de televisie nog aanstaan, belachelijk natuurlijk, maar ik was nerveus. Ik had een ring gekocht met zo’n doosje, want zo hoort dat. Toen heb ik haar officieel gevraagd. Ze zei: Ja, maar mag ik dan wel alleen blijven wonen?’
M: ‘En jij zei: Ik vind het een apart antwoord, maar natuurlijk kan dat.’
T: ‘Ik vond het een prima idee. Ik was niet teleurgesteld of zo.’
M: ‘We hebben het tien jaar zo volgehouden. We zagen elkaar vier dagen in de week.’
T: ‘Tot vorig jaar maart, toen zijn we eindelijk toch gaan samenwonen.’
M: ‘En nu zien we elkaar elke dag.’
T: ‘El-ke dag!’

‘We hadden ruzie, maar ik dacht: te gek! Dat betekent dat we echt een relatie hebben’  – Tjerk

Scène 5

12 september 2009. Het strand van het Griekse eiland Simi.
De zangeres en de muziekjournalist gaan trouwen. ’s Avonds zingt zij een lied voor hem.
M: ‘Het was een geweldige dag. Mamma Mia-achtige taferelen. Blauwe zee, strand, vrolijkheid. Ik droeg een turquoise jurk met een vissenstaart van meer dan tweeënhalve meter die ik samen met Xandra Brood had gemaakt.’
T: ‘Ik ben dus eigenlijk met een vis getrouwd.’
M: ‘Nou, het idee was meer zeemeermin. Ja, met zo’n staart aan je jurk ga je niet naar het stadhuis in Amsterdam, maar op zo’n eiland waar iedereen toch in zomerstemming is, kan dat best.’
T: ‘En het leuke is, het Griekse woord voor ja is nee.’
M: ‘Dus we hebben elkaar het neewoord gegeven.’
T: ‘Toen de burgemeester vroeg of ik Maan tot mijn vrouw wilde nemen, zei ik keurig nee. Maar Maan, die nota bene Grieks spreekt, zei in haar enthousiasme: Ja, graag!’
M: ‘Het was zo’n gekke dag. Het heeft zelfs een paar keer flink geplensd waardoor we heel saamhorig onder plastic zeiltjes vluchtten. We aten aan lange tafels, met heerlijk Grieks eten. Henk Schiffmacher leidde de ceremonie in het Nederlands.’
T: ‘En ’s avonds zong ze opeens dat nummer van Shania Twain voor mij, You’re still the one. Met Frédérique Spigt op gitaar en de Bombitas als achtergrondkoor. Ik weet nog dat ik op dat moment dacht: beter dan dit wordt het nooit meer. Dat klopte ook. Beter dan dat is het nooit meer geworden. Ik beschouw het nog steeds als het hoogtepunt van mijn leven.’

Schermafbeelding 2019-08-01 om 16.30.37

Scène 6

Zomer 2013. Een restaurant ergens in Californië.
De zangeres en de muziekjournalist maken een reis door de VS. Het valt ze op dat in elk restaurant lekkere, hete sausjes op tafel staan. Op een avond vatten ze een wild plan op.
T: ‘We waren allebei dol op die hete sausjes.’
M: ‘En ik ben gek op koken.’
T: ‘Toen zeiden we tegen elkaar: Als we die sausjes nou zelf gaan maken en in Nederland gaan verkopen? We hebben toen in Amerika allemaal sausjes ingekocht en gefotografeerd en Maan heeft thuis haar eigen recept bedacht.’
M: ‘We vonden in Costa Rica een fabriek die die sausjes voor ons wilde produceren. Het was zo leuk om dat in Costa Rica te laten doen, want ik vind dat een geweldig land en die sausjes werden heel duurzaam en met goed fatsoen voor de boeren gemaakt.’
T: ‘We hebben leuke flesjes laten ontwerpen en toen hebben we Manuela’s Hot Sauces in Nederland op de markt gebracht. We kwamen bij verschillende supermarkten in de schappen te liggen. Hartstikke leuk. Ik zag wel mogelijkheden.’
M: ‘Ik deed de promotie.’
T: ‘Maar alras bleek dat als je sausjes uit Costa Rica wilt halen, je zo veel moet importeren dat je ze in containers kunt aanvoeren, want anders wordt de prijs van het vervoer gewoon te hoog om nog enigszins winst te kunnen maken. Dat punt hebben we nooit bereikt.’
M: ‘We waren gewoon niet thuis in die wereld.’
T: ‘We hebben er geld op verloren en toen zijn we er mee opgehouden.’
M: ‘Maar we deden wel business samen.’
T: ‘En we hebben een mooie reis door Costa Rica gemaakt.’
M: ‘Het was een leuk avontuur.’
T: ‘Het is niet geworden wat we hoopten. Aan de andere kant denk ik: het is eigenlijk wel gelukt, want die sausjes hebben nota bene in de supermarkten gelegen. Nou, probeer dat maar eens te bereiken. We hebben nu nog een klein doosje over.’
M: ‘Daar zijn we heel zuinig mee.’
T: ‘Ik doe de heetste saus graag ’s ochtends over mijn omeletje en dan zit ik zwetend aan het ontbijt. Dan is de dag weer goed begonnen.’

‘Het Griekse woord voor ja is nee, dus we hebben elkaar het neewoord gegeven’ – Tjerk & Manuëla

Scène 7

Maart 2018. Een groot huis in Hilversum.
Na negen jaar huwelijk besluiten de zangeres en de muziekjournalist toch om samen te gaan wonen.
T: ‘Dat we niet samenwoonden was voor ons geen dogma of religieus ding of zo. We dachten allebei: ooit gaan we dat heus wel doen. Het kwam ervan omdat het zo lastig voor Maan was dat ze niet in Hilversum woonde. Ze had een ochtendprogramma bij Omroep MAX en moest om zeven uur ’s ochtends al in Hilversum zijn, maar ze heeft geen rijbewijs omdat ze slecht ziet in het donker. Dus moest ze met de trein.’
M: ‘Ik stond elke dag om kwart over vier op.’
T: ‘En dan stond ze ’s ochtends heel vroeg op station Zuid in weer en wind, terwijl daar allerlei ongure types rondliepen. Ik vond het een beetje gevaarlijk… We zagen toevallig een huis in Hilversum dat we geweldig vonden, maar die koop ging niet door. Vervolgens vonden we op steenworp afstand daarvan een ander huis dat ons ook beviel. Een enorm huis waar al onze spullen in passen en waar we ook nog eens onze eigen ruimtes zouden hebben. Dat hebben we gekocht.’
M: ‘Nu wonen we samen, maar Tjerk en ik hebben nog steeds een heel ander levensritme. Tjerk schrijft graag ’s nachts omdat hij dan niet gestoord wordt. Dan krijgt hij geen mail en wordt hij niet gebeld. Ik ben matineus en sta graag vroeg op om te gaan wandelen. Dus onze levens lopen niet synchroon. We eten ook vaak niet op dezelfde tijd. We wonen samen, maar hoeven niet dezelfde film te kijken op dezelfde bank met hetzelfde eten op hetzelfde tijdstip. Maar in de praktijk zitten we toch vaak bij elkaar in de woonkamer.’
T: ‘Ik kan eventueel naar mijn eigen ruimte, maar eigenlijk doe ik dat weinig. Want ik vind het leuk om bij Maan te zitten. We passen bij elkaar en we houden van elkaar.’
M: ‘We zeggen heel vaak tegen elkaar: Wat is het leven toch fijn met jou erbij.’

Tekst: Renate van der Zee Fotografie: Nine Ijff

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+