‘WE GINGEN NAAR HUIS MET DE BOODSCHAP DAT ZE DOOD ZOU GAAN’

Snowboardkampioene Bibian Mentel (45) en haar man Edwin Spee (53) beleefden samen diepe dalen en hoge pieken. Ze moest zware operaties ondergaan, maar won toch drie keer goud op de Paralympics. Hij steunde haar in alles. ‘We zijn alleen maar dichter bij elkaar gekomen.’

‘ALS BIBIAN MET HAAR MOOIE LACH OM EEN MAN HEEN DARTELT KAN DIE DAT OPVATTEN ALS SJANSEN’ -Edwin

Eind september 2005. Een restaurant in Loosdrecht.
Een snowboardkampioene viert haar verjaardag. Eén van de aanwezigen, een man die haar al een tijdje oppervlakkig kent, gaat plotseling met andere ogen naar haar kijken.
B: ‘Edwin en ik kenden elkaar uit Loosdrecht, waar we allebei aan wakeboarden deden – dat is een soort snowboarden maar dan op het water. Er was een leuke klik, we konden gezellig kletsen, maar we hadden allebei al een relatie, dus er gebeurde verder niets.’
E: ‘Maar tijdens dat verjaardagsfeest merkte ik dat haar vriend er niet was. Toen ik daar naar vroeg, zei iemand tegen mij: Weet je dat niet? Ze zijn uit elkaar. Ikzelf was ook weer single en opeens ging ik op een andere manier naar Bibian kijken.’
B: ‘Edwin en ik hebben die avond heel leuk met elkaar gepraat. De volgende dag dronk ik koffie bij mijn moeder en net toen ik haar dat vertelde, kreeg ik een sms van hem. Hij schreef dat hij mijn lach altijd heel mooi had gevonden en dat hij begreep dat hij dat nu ook tegen me mocht zeggen. Ik was gecharmeerd, maar ik dacht tegelijkertijd: dit kun je op allerlei manieren interpreteren.’
E: ‘Ik had een wederzijdse vriend gebeld en gevraagd hoe groot de kans is dat het weer goed zou komen tussen Bibian en haar ex. Hij zei: Nee, dat komt nooit meer goed, dus gooi je haar los en ga ervoor. Daarna stuurde ik die sms. Ik viel voor Bibians lach en haar warmte. En ook voor dat stoere dat ze in zich heeft.’
B: ‘Altijd als Edwin en ik elkaar zagen, hadden we lange gesprekken. We konden lachen samen. Hij was spontaan en stoer. Een bravoureman, echt een vent. Dat vond ik mooi.’

Scène 2

Begin oktober 2005. Een winkelstraat in Hilversum.
De snowboardkampioene is aan het winkelen met een vriendin. Haar telefoon gaat. Het is de man van het sms’je. Hij vraagt plompverloren: ‘Ga je mee naar Thailand?’
B: ‘En ik zei nog ja ook!’
E: ‘Ik moest een paar keer per jaar naar Hongkong voor mijn werk – ik heb een zaak in modeaccessoires. Vaak knoopte ik daar een korte vakantie in Thailand aan vast. En toen kwam ik op het idee om Bibian mee te nemen. Ik dacht: dat kan heel leuk worden, zo kunnen we elkaar echt leren kennen. Dus ik vroeg het haar gewoon.’
B: ‘Nadat ik ja had gezegd, waren we allebei zo verbouwereerd dat we snel weer ophingen. Ik zei tegen mijn vriendin: Ik word net meegevraagd naar Thailand en ik geloof dat ik ja heb gezegd. Maar de dag daarna belde ik hem om te zeggen dat het misschien wel handig zou zijn om eerst eens koffie te drinken voordat we in Thailand afspraken. Dus kwam hij langs bij mij thuis.’
E: ‘En toen vertelde ze me dat ze eigenlijk niet meekon naar Thailand omdat ze geopereerd moest worden. Er was kanker in haar longen geconstateerd. Dat was een heftige boodschap, maar ik liet me er niet door afschrikken.’
B: ‘We spraken een week later weer af en toen hebben we voor het eerst gezoend.’
E: ‘Liggend op de parketvloer bij haar thuis, tweeëneenhalf uur lang.’
B: ‘Op een nummer van John Legend, Ordinary People. Daarna ging het allemaal snel. Op onze eerste date bezochten we een snowboardevenement in Rotterdam en namen we mijn zoon en Edwins twee dochters mee. We gingen meteen met de hele familie. En dat werkte heel goed.’
E: ‘Tweeënhalve week later woonden we samen.’
B: ‘Hij kwam bij mij langs en ging gewoon niet meer weg.’
E: ‘Ik heb er wel goed over nagedacht. Dat ze vanwege botkanker een been was kwijtgeraakt, daar hield ik me niet mee bezig. Al weet ik dat Bibian het eerst wel eng vond om met anderhalf been bij mij in bed te stappen.’
B: ‘Heel erg eng.’
E: ‘Voor mij was het geen punt, ik lette op andere dingen. Maar ik dacht wel: ze heeft longkanker, waar begin ik aan? We storten ons in een verliefdheid en misschien is ze er straks opeens niet meer. Maar ja, dat kan ook gebeuren met een gezonde vrouw die onder een tram loopt. Ik besloot gewoon mijn gevoel te volgen.’

Najaar 2006. Een woonhuis in Nederhorst den Berg.
Het knettert tussen de snowboardkampioene en haar nieuwe vriend. Hij vindt dat zij te weinig tijd voor hem maakt. Zij vindt dat hij haar te veel claimt.
E: ‘Ik dacht: ik heb een vriendin met kanker, misschien duurt het niet zo lang, dus ik moet er intens van genieten. Ik wilde alles alleen nog maar met Bibian doen. Maar Bibian wilde juist met haar hele familie- en vriendenkring van alles ondernemen, ook vanuit de gedachte dat ze er misschien niet meer zo lang zou zijn. Ik dacht: sta jij hier wel hetzelfde in als ik? Als je van mij houdt, wil je toch alles alleen maar met mij doen?’
B: ‘Ik vond dat verstikkend. Ik kreeg het gevoel dat hij mij heel erg claimde.’
E: ‘We kregen ruzie, want ik dacht: zij is lang niet zo verliefd op mij als ik op haar. Totdat een vriend mij vroeg: Wat zou jij doen als je morgen te horen krijgt dat je nog maar een jaar te leven hebt? Zou je dan alles alleen nog maar met Bibian doen? En toen dacht ik opeens: oh shit, natuurlijk niet. Toen heb ik haar meer ruimte gegeven.’
B: ‘Ik wilde leuke dingen doen met iedereen. Ik fladderde rond. Een vriendin zei laatst tegen mij: Je bent een vlinder, maar je komt wel altijd terug op dezelfde bloem. Zo zie ik het ook.’
E: ‘Bibian is een enorme sjanser. Ze zit bij iedereen op schoot, zoent opeens de burgemeester of duikt met een groep snowboarders de sauna in. Dat was wel even wennen voor mij.’
B: ‘Ik ben helemaal geen sjanser, ik ben gewoon vriendelijk tegen iedereen.’
E: ‘Ze heeft het zelf niet in de gaten, maar als ze met die mooie lach om een man heen dartelt, kan die dat echt opvatten als sjansen. In het begin had ik daar moeite mee. Nu vind ik het alleen maar mooi, maar dat heeft wel even wat tijd gekost.’
B: ‘Het was een pittige periode. We hebben weleens gedacht: moeten we wel verder met elkaar? Ik houd helemaal niet van ruzie en met Edwin had ik alleen maar discussies. Die lokte hij uit. Hij probeerde me te pushen mijn gevoelens onder woorden te brengen, terwijl ik meer ben van; let’s agree to disagree. Maar het heeft me veel gebracht. Ik heb geleerd te zeggen wat ik denk en daar voor te staan.’
E: ‘Jij was altijd het lieve meisje dat alles goed vond. Maar in werkelijkheid hield je alles binnen. Nu durf je meer voor je mening uit te komen, terwijl ik wat vaker denk: oké, laat maar zitten.’

‘BIBIAN VOND HET EERST WEL ENG OM MET ANDERHALF BEEN BIJ MIJ IN BED TE STAPPEN’ -Edwin

Scène 4

Oud en nieuw 2011. De Magere Brug in Amsterdam.
De klok slaat twaalf uur, het vuurwerk barst los, hij kijkt haar aan en zegt: Wil je met me trouwen?
E: ‘Ik pakte mijn telefoon alsof ik een selfie wilde maken. Want ik wilde het wel vastleggen. En toen vroeg ik haar ten huwelijk.’
B: ‘Ik dacht dat hij een filmpje wilde inspreken voor familie en vrienden. En toen kwam de grote vraag. Ik zei meteen ja. We waren met een groep vrienden en er stonden drommen mensen om ons heen, maar het voelde alsof we helemaal alleen op de brug stonden. Later, toen ik naast een vriendin liep, zei ik: Ik ben geloof ik net ten huwelijk gevraagd. Ik was helemaal in shock.’
E: ‘Het was geen impulsieve actie van mij. Ik heb van tevoren toestemming gevraagd aan haar moeder, aan mijn twee dochters en aan haar zoon. Dat laatste was het engste om te doen. Want wat als die kleine smurf nee zou zeggen? Maar hij vloog me om mijn nek en vond het een geweldig idee.’

Schermafbeelding 2019-03-29 om 12.36.45

Scène 5

Maart 2014. De Paralympische Winterspelen in Sotsji, Rusland.
De snowboardkampioene viert feest met haar familie en met haar man, die inmiddels ook haar coach is. Ze heeft goud gewonnen.
B: ‘Het was iets wat we samen hadden bereikt. Edwin als mijn coach en ik als atleet. We beleefden die overwinning helemaal samen.’
E: ‘We hadden ons samen ingezet om snowboarden erkend te krijgen als wedstrijdonderdeel van de Paralympische Spelen. Toen dat lukte, gingen we met vier atleten naar Sotsji. En toen won ze daar ook nog eens goud. Het was één groot feest.’
B: ‘Het is prachtig als je dat als koppel kunt doen. Als ik een andere coach had gehad, was het toch anders geweest. Dan had Edwin langs de zijlijn gestaan, terwijl we het nu samen deden. Hij is echt een goede coach, al heb ik dat wel moeten leren accepteren. Ik was immers veel langer bezig met snowboarden dan hij. Het is pittig om je door je man te laten coachen. Soms zit ik er tijdens de conditietraining doorheen en dan kijkt hij op mijn hartslagmeter en zegt: Je kunt nog wel hoor, even een tandje erbij. Dan kan ik hem wel achter het behang plakken.’

Begin 2016. Een spreekkamer in het Leids Universitair Medisch Centrum.
Een arts brengt de snowboardkampioene en haar man heel slecht nieuws. Ze heeft een tumor in haar longhilus en dat is een plek waar ze niet kunnen opereren of bestralen. Ze kunnen niets meer voor haar doen.
E: ‘Het was vreselijk. We gingen naar huis met de boodschap dat ze dood zou gaan.’
B: ‘Heel onwerkelijk. Ik was net paralympisch kampioen geworden, voelde me fitter dan ooit en toen kregen we dit nieuws. We waren helemaal lamgeslagen. We hebben heel veel gepraat en heel veel gehuild. Edwin sliep ’s nachts niet. Hij ging dan op internet op zoek naar behandelmogelijkheden.’
E: ‘Zo kwam ik erachter dat in Amerika een apparaat stond waarmee ze Bibian wél konden bestralen. Maar die behandeling was ongelooflijk duur. We dachten erover om ons huis te verkopen. Ik zei tegen haar: Ik zit liever in een tentje mét jou, dan zonder jou in dit mooie huis. En toen zagen we stom- toevallig op tv dat ze – voor het eerst in Europa – in het VU Medisch Centrum in Amsterdam ook zo’n apparaat hadden.’
B: ‘De volgende dag zaten we voor een intakegesprek bij het VU. Ik ging een traject in van 24 bestralingen en ik heb het overleefd.’
E: ‘Ik ben altijd met haar meegegaan. Naar alle bestralingen en alle operaties.’
B: ‘Ik denk dat we daardoor nog dichter bij elkaar gekomen zijn. Want jij bent mijn rots in de branding. Naar de buiten- wereld toe ben ik altijd het vrolijke meisje, maar alleen mijn moeder en Edwin weten echt hoe het met mij gaat. Soms zit ik er doorheen en kan ik wegkruipen in zijn armen en soms is het andersom en dan kan hij terecht bij mij. We kunnen elkaar heel goed steunen. Hij is echt mijn maatje.’
E: ‘Nee, ik ben niet je maatje, ik ben je lover. Maatje klinkt te saai.’

Scène 7

Zomer 2017. Het VU Medisch Centrum in Amsterdam.
Bij de snowboardkampioene is opnieuw kanker geconstateerd. Ditmaal in haar nek, slokdarm en rib. Ze heeft bovendien een virus opgelopen waardoor ze vreselijk ziek is. Haar man waakt dag en nacht bij haar.
E: ‘Ineens had je 41 graden koorts. Het ging alleen maar slechter. Ik herkende je niet meer. Dat vechten, dat altijd in je zat, was weg. Er lag een zwak plantje in bed en de antibiotica sloeg maar niet aan. Na tien dagen probeerden ze het met een laatste mega-cocktail en toen ging het eindelijk beter. Maar toen je je sterk genoeg voelde om weer te gaan trainen, zeiden de artsen: Het is een drama met je nek, als je uitglijdt kun je een dwarslaesie oplopen. We moeten je opereren.’
B: ‘Het gekke is dat ik me op zulke momenten vooral zorgen maak om hem. Ik moet het ondergaan, ik heb geen keuze. Maar hij heeft wel een keuze en hij kiest ervoor om bij me te blijven. Daar ben ik heel erg dankbaar voor. Hij is mijn veilige haven.’
E: ‘Maar dat is zij ook voor mij. Het is allemaal de moeite waard, want zij is zo’n leuke vrouw.’
B: ‘Drie weken na de operatie zei hij tegen mij: Schat, als je inderdaad naar de Paralympische Spelen in Zuid-Korea wilt, dan moeten we wel in actie komen. Ik wilde dat heel graag. Bij de eerste controleafspraak was de dokter erg tevreden. Toen zei Edwin: Dat is mooi, want we willen volgende week richting sneeuw om te beginnen met trainen. Wat vindt u daarvan? Hij dacht dat we gek waren geworden.’
E: ‘Maar we deden het toch. Samen met de technisch trainer heb ik een speciaal plan voor haar gemaakt. We lieten haar helemaal los, zodat ze alles rustig in haar eigen tempo kon opbouwen. Dat deed haar veel goed.’
B: ‘Ze zetten me weer vol vertrouwen op mijn snowboard. En ik dacht: we zien wel. Ik ging afgelopen voorjaar volkomen zonder verwachtingen naar Pyeongchang.’
E: ‘Maar ze won twee keer goud. Ze deed het gewoon!’
B: ‘Dat was voor ons de kroon op de afgelopen vier jaar waarin we zoveel ellende over ons heen kregen.’
E: ‘Ik zie het als een megapiek na hele diepe dalen.’
B: ‘Ik voel me nu goed. Ik heb nog wel een paar plekjes in mijn lichaam, maar het groeit heel langzaam. Ik leef al achttien jaar met kanker en ben negen keer behandeld, dus de hoop dat ik voor altijd schoon zal blijven, is allang vervlogen. Maar er zijn nog behandelopties, dus we gaan gewoon door.’
E: ‘Als je ziet hoe ze er nu weer bij zit, na alles wat we hebben meegemaakt, stralend en lachend, dan is dat voor mij een veel mooier hoogtepunt dan die gouden medailles.’

Tekst: Renate van der Zee Fotografie: Stef Nagel

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+