Van topdiplomaat tot minister

Volgens Elegance is ze veruit de meest opvallende minister in het nieuwe Kabinet-Rutte III. Voormalig diplomate Sigrid Kaag vervult ministerpost Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Wij spraken haar eerder in Beiroet over werk, karakter en gezin. 

“Ik ben zéér vasthoudend. Instant resultaten moet je niet verwachten in dit vak.”

Interview

Namens de Verenigde Naties probeert Sigrid Kaag de vrede te bewaren in Libanon en eerder leidde zij de chemische ontwapeningsmissie in Syrië. Tussendoor runt zij haar gezin met vier kinderen. ‘Kan dat allemaal, een vrouw in het Midden-Oosten en een zware baan met vier kinderen?’ Ja hoor, dat kan. Lees maar.

Het is vrijdag, laat in de middag. Ze komt net uit een bespreking en heeft er nog twee voor de boeg. Morgen vliegt ze naar de Verenigde Naties in New York, haar werkgever. Eerder op de dag was ze helemaal in het noorden van Libanon, aan de grens met Syrië, voor een werkbezoek en een politiek gesprek. Gisterenavond gaf ze acte de présence op een door haar georganiseerde theaterbijeenkomst voor jongeren uit ‘militiemilieus’: een diplomatieke avond met na afloop een debat over hoe die jongeren een betere toekomst te geven. Daarvoor was ze in Zuid-Libanon, waar ze een drugpreventie-project bezocht en een centrum voor slachtoffers van seksueel geweld. En weer daarvoor had ze een meeting met de premier van Libanon, onder meer om het bezoek van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties – haar directe baas – voor te bereiden. En daarvoor zat ze met Libanese partijen aan tafel wier belangen en ideeën mijlenver uiteen liggen. En daarvoor… Een gewoon mens zou doodmoe worden van zo’n agenda en zulke werkdagen. Sigrid Kaag niet. Dit is haar leven als topdiplomate, al vele jaren. Ze brengt partijen bijeen in conflictgebieden en als dat morgen niet lukt, dan overmorgen of volgende week of volgend jaar. Haar leven vereist veel energie, veel geduld, veel netwerken en wellicht haar belangrijkste eigenschap voor deze functie: vasthoudendheid. ‘Ik ben zéér vasthoudend. Je moet de lange, soms zéér lange termijn kunnen zien. Instant resultaten, zeg maar de Nescafé-resultaten, moet je niet verwachten in dit vak, dan wordt het een erg frustrerend bestaan.’ Naast vasthoudendheid bezit ze een bijzonder groot relativeringsvermogen, zeker als het over haarzelf gaat. Sigrid Kaag: de powervrouw, het rolmodel voor meisjes en vrouwen met ambities. ‘Tja. Ik vind het wel verrassend. Ik sta daar zelf niet bij stil.’

Koffiedrinken
Twee opmerkingen moet ze regelmatig aanhoren, soms geuit op een toon van: vindt u dat zelf ook niet een beetje raar, mevrouw Kaag? Opmerking één: een vrouwelijke diplomaat in het Midden-Oosten, is dat niet een beetje raar, het Midden-Oosten is toch een mannenmaatschappij? ‘Dat klopt, het Midden-Oosten is inderdaad een mannenmaatschappij. Maar ik heb hier een functie van statuur; ik vertegenwoordig de internationale gemeenschap, de Veiligheidsraad en de Secretaris-Generaal. En die functie wordt zeer gerespecteerd. Als je in Nederland een bepaalde organisatie vertegenwoordigt, hoor je al snel: nou en? Dat is hier toch wel anders. In dit soort landen is de functie belangrijk, die opent deuren. Vervolgens moet je je nog wel bewijzen.’ En trouwens, om even die mannenmaatschappij in het Midden-Oosten te relativeren, verwijzend naar haar echtgenoot, een in Jeruzalem geboren Palestijn: ‘Hij is heel ondersteunend en trots op wat ik doe. En geëmancipeerder dan veel mannen uit het Westen. Je hebt trouwens enorme power women in Libanon. Maar ja, het beeld van het Midden-Oosten is nu zó zwart-wit geworden.’ Opmerking twee: u heeft én een topbaan én vier kinderen, kan dat wel, hoort dat wel en hoe doet u dat dan allemaal? Een opmerking waarmee ze vooral in Nederland vaak wordt geconfronteerd. Wat wel logisch is, want Nederland is het land waar vrouwen met kinderen bijna per de nitie parttime werken. ‘Dat wordt me wel erg vaak gevraagd in interviews, ja. Eerst komen er twee vragen over mijn werk en dan gaan ze verder – hoe je dat nou doet met de kinderen. Ik voer tegenwoordig een mini-campagne, waarin ik de interviewers vraag of ze dit ook aan mannen vragen met een topbaan en kinderen. Het is ook wel een beetje Nederland hè, je zo verbazen over vrouwen met kinderen die fulltime werken. En eigenlijk eisen dat die vrouwen zich voortdurend verantwoorden. Het grappige is: Nederlanders vinden zichzelf zo modern, zo vooruitstrevend – en dan gaan ze er gemakshalve ook nog vanuit dat het overal elders erger is dan in Nederland – nou, iedereen moet doen waar die zin in heeft hoor, maar Nederland heeft volgens mij nog een hele ouderwetse kant. Meer dan we willen toegeven denk ik. Zie al die vrouwen die parttime werken. Ik ben nu de leeftijd voorbij dat die opmerkingen me echt storen of kwetsen. Maar toen de kinderen jonger waren kreeg ik het vroeg of laat weer te horen… Goed dan: hoe doe je dat? Het is nou ook weer niet zó moeilijk. Het is een kwestie van heel goed organiseren, geld in opvang steken en accepteren dat het meestal ten koste gaat van je eigen tijd. Gezellig met vriendinnen ‘s ochtends koffiedrinken zit er niet in. Maar ja, dat mis ik ook niet.’

“Syrische ambtenaren noemen mij meer man dan elke andere man die ze kennen.”

Improviseren
Sigrid Kaag groeide op in een intellectueel, erudiet gezin. Haar vader was musicus, haar moeder onderwijzeres. Nieuwsgierig zijn was belangrijk; studeren ook – dat je later naar de universiteit zou gaan was niet meer dan vanzelfsprekend. Haar vader was ook zeer geïnteresseerd in politiek, in internationale betrekkingen. Willen weten hoe de wereld in elkaar zat, ook dat was niet meer dan vanzelfsprekend. Haar moeder had een helder, eveneens vanzelfsprekend standpunt: een vrouw moest onafhankelijk zijn, ook nancieel. So far so good. Aan het begin van haar puberteit werd haar vader overspannen en haar moeder bijna tegelijkertijd ernstig ziek: zij overleefde maar nauwelijks een aantal hersenoperaties in het Academisch Ziekenhuis in Utrecht en werd er uiteindelijk – wat vaker voorkomt bij ernstige ziektes en zware operaties – een ander mens van. ‘Mijn zus en ik zijn toen tijdelijk bij andere gezinnen gaan wonen. Het was ineens een andere manier van leven. Ik heb toen geleerd heel snel om te gaan met onverwachte omstandigheden en me daaraan aan te passen. Ik leerde eveneens te improviseren. En wat ik ook leerde: dat het leven van de ene op de andere minuut kan veranderen. Die tijd, die ziektes, wat er met mijn moeder gebeurde – het heeft een stempel op me gedrukt. Je neemt zoiets mee voor de rest van je leven.’

Haar schoolresultaten leden er niet onder. Noch haar leergierigheid. Ze ging, uiteraard, studeren. En hoe. Eerst Arabische Taal en Letterkunde in Utrecht, daarna drie jaar Ara- bisch aan de Amerikaanse Universiteit in Cairo. En vervolgens behaalde ze in het Britse Exeter een Master in Midden-Oosten-studies en in Oxford een Master in internationale betrekkingen. Een carrièreplan was er echter niet, niet in de trant van: na de studie ga ik dit een paar jaar doen, dan dat, en uiteindelijk eindig ik als ambassadeur of hoogleraar Arabistiek. ‘Ik had interesse in politiek, in internationale betrekkingen, ik had ook wel een avontuurlijke instelling maar op een soort georganiseerde wijze – niet te wild. Je gaat op weg en maakt keuzes en daarbij speelt toeval een grote rol; toeval is belangrijk in het leven. Ik ben altijd uitgegaan van mijn interesses. Ik ging mijn interesses achterna en deed mijn best, studeerde en werkte hard – en dan maar zien waar het schip strandt. Het ene moment strandt het schip, het andere moment kun je goed varen. En zeker, af en toe moet je gewoon geluk hebben. Ik geloof niet in een groot plan. Ik ben nogal pragmatisch.’

Begrafenis
Na een periode bij Shell in Engeland werd ze toegelaten tot het klasje van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarin wordt een select gezelschap klaargestoomd voor ’s lands diplomatieke dienst. Na acht jaar was ze terug in Nederland. ‘Ik had in het buitenland gestudeerd en gewerkt en dan hoop je dat je een aantal attributen hebt die Buitenlandse Zaken ook wil hebben. Het moeilijke was wel om weer te reïntegreren in Nederland; altijd lastig om weer terug te komen. Je eigen land kan vreemd, anders zijn bij terugkomst. Je moet weer wennen; vooral de Nederlandse directheid is altijd weer wennen. Toen ik het klasje had gedaan was het uiteraard evident dat ik diplomate zou worden. Wat me aantrok: internationaal actief voor Nederland, toch iets doen namens je eigen land, de exibiliteit, de diversiteit, zowel van de dossiers en de keuzes die je kunt maken. Iets betekenen. Saai is anders. Als diplomaat moet je een netwerk kunnen opbouwen, goed kunnen onderhandelen, je moet exibel kunnen schakelen en in een snel veranderend circuit je plaats kunnen veroveren. Als diplomaat voor Nederland gaat het meestal niet om de kracht en de macht die je meebrengt, nee, je spreekt meestal vanuit principes of ideeën die je wilt uitdragen. Je vertegenwoordigt niet een land als de Verenigde Staten of Duitsland. Je doet het niet vanuit een machtspositie, dus je moet ook creatief met je ideeën gaan spelen. En je moet, dat kan ik niet genoeg benadrukken, vasthoudend zijn. En kunnen omgaan met tegenslagen.’ Ze heeft onder meer in Egypte gewoond, in Engeland, in de Verenigde Staten, in Zwit- serland, in Libanon, in Oost-Jeruzalem: altijd met haar gezin. En zonder haar gezin in levensgevaarlijke gebieden als Soedan en Syrië. Vanuit de Syrische hoofdstad Damascus leidde ze de VN-missie voor de chemische ontwapening van dat land. Wat haar na eindeloos overleg met onder meer de Syrische overheid en de Syrische rebellen en niet te vergeten met goede contacten met Amerikaanse en Russische diplomaten lukte: ze zag er persoonlijk op toe hoe chemische wapens per schip het land verlieten. Syrische ambtenaren noemden haar bewonderend ‘meer man dan elke man die ze kenden’. Iets om trots op te zijn, zeker, maar heel even maar: de burgeroorlog, de vele bloedbaden in Syrië relativeren meteen weer alles. Relativering hielp ook bij het overlijden van haar moeder; ze was op dat moment druk doende met de onderhandelingsmissie in Damascus. Moest ze naar huis, naar haar sterfbed? Ze koos om te blijven; de taak was te belangrijk – en haar moeder was 85, een ‘redelijke’ leeftijd om afscheid te nemen van het leven. Zeker als ze om zich heen keek, waar kinderen stierven in de straten van Damascus. Ze was hier het meest nodig nu, hier, in Damascus.

“Toen mij moeder op haar sterfbed lag, koos ik om in Damascus te blijven; daar was ik op dat moment het hardst nodig.”

Wereldbeeld
Van haar vier kinderen studeert de oudste nu in Engeland; de rest is nog ‘thuis’, in Beiroet. Hoe ervaren zij hun zwervend bestaan? ‘Het heeft zijn voor- en nadelen. Wij hebben verschillende nationaliteiten in ons gezin. Als je als ouders allebei Nederlander bent en elke zomer met het gezin teruggaat naar oma en opa is het misschien makkelijker, want je hebt één identiteit. Sommige kinderen kunnen goed met verhuizingen omgaan, andere niet. Maar het is altijd gedoe: nieuwe vriendjes vinden, in het ene land doen ze wel aan voetbal, in het andere weer niet. Er zijn dagen dat ik me daar wel druk om maak, dat ik denk: hadden we misschien toch niet beter in Zwitserland kunnen blijven, met dezelfde vriendjes en vrienden, dezelfde school? Aan de andere kant zijn mijn kinderen wel heel praktisch en passen ze zich snel aan. En ze hebben een heel interessant wereldbeeld meegekregen van thuis. Ik heb nu wat meer vrije tijd, ook omdat de kinderen wat ouder zijn. Wel jammer trouwens: zit je eindelijk eens thuis op de bank, te hopen dat er ooit nog iemand hallo komt zeggen, zijn zij op pad. Ik jog in mijn vrije tijd en ik ga graag naar concerten en culturele evenementen.’ Dan: ‘Naarmate ik ouder word, heb ik toch steeds meer de behoefte om in Nederland te zijn. Ik zou er misschien ook wel weer willen werken. De oorspronkelijke basis blijkt dan toch weer belangrijk. Ik ben ook bezig een pied-à-terre te kopen in Nederland. Het zijn stappen om daar een basis voor mezelf te creëren. Voor mijn echtgenoot is Jeruzalem zijn thuis. Straks in Jeruzalem en in Nederland wonen? Nou, dat zien we dan wel weer. Je moet plannen alsof je 85 jaar oud wordt maar rekening houden… nou, wat ik al zei en erg belangrijk vind: dat zomaar ineens alles anders kan zijn.’

Tekst: Hans Verstraaten

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+