Monique Klemann & Jeroen den Hengst

Monique Klemann (45) en Jeroen den Hengst (46) vinden elkaar al vijftien jaar in hun liefde voor muziek, maar gaan smaakverschillen niet uit de weg. Een gesprek over de ups & downs in de muziekindustrie, samenwerken, ouder worden, en verslaafd zijn aan het podium. ‘Als ik te lang niet heb opgetreden, word ik neerslachtig. En jij kunt niet zonder je hardrock karaoke.’

Scène 1:
22 April 1995. De oude graansilo aan het IJ in Amsterdam.

De band Loïs Lane is druk aan het repeteren voor een tournee. Een invaller vervangt de vaste gitarist. Als de bandleden na twee weken hard werken samen een groot feest bezoeken, blijkt dat de zangeres de invaller erg leuk vindt. En omgekeerd.

J: ‘Vóór die avond had je me al eens een lift gegeven van de studio in Zoetermeer naar Haarlem, waar ik toen nog woonde. Je zette muziek van Al Green op, die we allebei prachtig vonden. Daar zaten we samen stilletjes naar te luisteren, in een sfeer die ik op een prettige manier geladen vond. Toen dacht ik al: volgens mij is er iets tussen ons.’
M: ‘Maar in de graansilo zijn we elkaar voor het eerst in de armen gevallen. En daarna werd het langzaam maar zeker serieus.’
J: ‘Nou, eigenlijk ging het best snel. Ik was half april naar een nieuwe woning in Amsterdam verhuisd, maar daar heb ik nauwelijks een maand gezeten. Op 8 mei bleef ik voor het eerst bij je slapen, en een week later ben ik met al mijn spullen bij je ingetrokken.’
M: ‘Het was fijn dat we allebei vrij waren. We hoefden niets kapot te maken.’
J: ‘Ik was enorm onder de indruk van jou. Je was een echte diva. Ik had tot dan toe alleen nog maar in minder professionele bandjes gespeeld, en een beetje een rock ‘n’ roll-leventje geleid. Vergeleken met jou voelde ik me een kleine jongen, maar in de liefde speelde dat geen rol. Er was meteen een aangename rust. Het klopte gewoon. In een relatie kun je soms bevangen worden door de angst de ander kwijt te raken, maar bij jou had ik dat helemaal niet. Al was en ben je los van je divastatus ook nog eens heel erg mooi.’
M: ‘Dat je je zeker voelde, kwam natuurlijk ook door mij. Ik ben nooit zo snel onder de indruk van mannen die zogenaamd belangrijk zijn. Het gaat mij om wíe iemand is. Ik vond jou heel open, blij en lief. In jouw nabijheid ging ik me steeds beter voelen, en meer mezelf.’

Scène 2:
November 1995. Een appartement in Amsterdam-West.

De zangeres en de gitarist wonen nog maar een paar maanden samen als het onderwerp “kinderen” ter sprake komt. Ze zijn het er snel over eens.

J: ‘We hadden het idee dat we oud genoeg waren voor een kind, en dat het ook leuk zou zijn.’
M: ‘Na de zomer stopte ik met de pil, en in november was ik zwanger. Ik was totaal niet bang dat er met ons kind een einde zou komen aan ons muzikale leven. Doordat we allebei freelance werkten, konden we elkaar goed afwisselen. Bovendien stond mijn moeder altijd klaar om op te passen. Ze was net op haar zestigste met pensioen gegaan.’
J: ‘We zijn samen nog op vakantie geweest naar Italië, en een weekendje naar Maastricht. Heel romantisch, en raar tegelijk. Terwijl jouw buik steeds dikker werd, zaten we eigenlijk nog in onze kennismakingstijd.’
M: ‘Ik had tien jaar in een enorme rush geleefd met Loïs Lane. Dat was lang genoeg geweest. Ik had geen zin meer om zo volledig gefixeerd te zijn op mezelf en mijn muziek. Daar kwam nestdrang voor in de plaats. Ik heb me ook nooit belemmerd gevoeld toen Merel eenmaal geboren was. Zij was het belangrijkste doel in mijn leven, ook al trad ik nog steeds veel op. Dat ik minder toekwam aan het schrijven van nummers, accepteerde ik gewoon. Pas nu onze zoon Marius ook alweer tien is, en zelfstandig naar school gaat, wordt de drang om te presteren weer wat sterker.’
J: ‘Bij mij lag dat iets anders. Na mijn studie Chinees had ik een beetje aan gerommeld. Ik zat in bandjes, had optredens, deed vertaalklusjes en ging af en toe naar China voor het maken van een documentaire, maar van een stevige carrière was geen sprake. Na Merels geboorte werd ik bang dat er kansen aan me voorbij zouden gaan. Toen mijn band met haar sterker werd, nam die angst wel iets af, maar ook in de jaren daarna vloog ik soms nóg met mijn hoofd tegen de muur. Dan had ik het gevoel dat ik me nooit kon focussen of er kwam weer een zorgtaak tussendoor.’
M: ‘Ik gaf je zoveel mogelijk ruimte omdat ik het belangrijk vond dat je tevreden bleef met het leven. Dankzij mijn moeder kon dat ook.’

Monique Klemann

Scène 3:
Februari 1999. Een hotel in Peking.

De gitarist heeft een oude liefde opgepakt: met een kleine ploeg verblijft hij een maand in Peking voor het maken van een documentaire, ditmaal over Chinese dichters. De zangeres komt ook een week over.

M: ‘Het was mijn eerste kennismaking met China. Ik herinner me dat het heel grauw weer was. IJskoud ook.’
J: ‘De stad was half ontvolkt vanwege het Chinese Nieuwjaar. Alle Chinezen gaan dan terug naar hun geboortegrond. Bovendien zat ik met de rest van de ploeg in een achenebbisj hotel om de kosten te drukken. Ons interesseerde dat geen bal. Niet dat jij nou zo’n luxepaard was, maar ideaal vond je het niet.’
M: ‘Het was er gewoon smerig, en het stonk er naar kolen. Maar ik heb niet geklaagd. Jouw fascinatie voor dat bizarre land begreep ik ook wel. Dat jij die geheimtaal beheerste, had voor mij zelfs iets magisch.’

Scène 4:
Voorjaar 2001. Een ruime gezinswoning met tuin in Amsterdam-West.

De zangeres en de gitarist hebben eind 2000 een zoon gekregen: Marius. Hun geluk is compleet, tot het slaaptekort zich begint te wreken.

M: ‘De komst van een tweede kind was ingrijpender dan ik had verwacht. Ineens was ik aan vier handen gebonden. Ik vond het ook moeilijker als jij verplichtingen buiten de deur had.’
J: ‘Terwijl ik precies in die tijd intensief rondtoerde met Birgit Schuurman. Zestien, zeventien optredens per maand.’
M: ‘Zelf trad ik nog steeds veel op met Loïs Lane.’
J: ‘De nekslag kwam toen Marius na een maand of vijf ’s nachts heel vaak wakker werd.’
M: ‘Jij hoorde hem altijd als eerste.’
J: ‘Slopend was het. Ik kreeg prompt gordelroos in mijn nek en op mijn hoofd. Door het voortdurende slaapgebrek functioneerde ik slechter en raakte ik sneller geprikkeld. Jij was ook bepaald niet op je allerschattigst, dus het clashte behoorlijk, en regelmatig. Het akelige is dat praten er juist dan vaak bij inschiet. Terwijl het móet, want dingen gaan niet vanzelf over. Maar gelukkig trek jij meestal bijtijds aan de bel.’
M: ‘We hebben hulp gevraagd aan een bevriende psycholoog. Zijn advies was om Marius wél te laten zien dat we in de buurt waren, maar hem niet uit zijn wiegje te halen. Dat heeft geholpen.’
J: ‘Na een maand of vier sliep hij gewoon door. Wonderlijk hoe snel je zo’n dip daarna weer vergeet.’

Scène 5:
Winter 2002. Een muziekstudio in Amsterdam.

De gitarist schreef altijd al muziek, maar zet nu zijn eerste schreden op het commerciële pad. Ineens is de zangeres geen hoofdkostwinner meer.

J: ‘Samen met een partner ben ik een eigen studio begonnen. Dat ging meteen goed. Onze eerste opdracht was voor een schoonmaakmiddel, en daarna volgde een commercial voor een automerk die zelfs beroemd is geworden.’
M: ‘Er zat veel meer structuur in je bestaan. “Fijne dag op kantoor, schat”, zei ik ’s ochtends.’
J: ‘Het werd gewoon tijd. Als je een gezin sticht en een huis koopt, moet je zorgen dat er ook geld op tafel komt. Met de keus voor de commerciële wereld heb ik nooit moeite gehad. De muziekindustrie bevond zich al langer op een hellend vlak. Het werd steeds lastiger om een duurzaam inkomen te vergaren, ook voor de platenmaatschappijen. Monique heeft haar status nog zelf verdiend, maar tegenwoordig zie je steeds meer gemaakte sterren, die even flink worden uitgebuit, en vervolgens op de vuilnishoop belanden. Zo bezien is de reclamewereld nog heilig.’

Scène 6:
Eerste helft 2006. Een muziekstudio in Scheveningen.

De zangeres speelt een rol in de Talpa-misdaadserie Parels & Zwijnen. De componist annex producer schrijft er muziek voor. Van Talpa krijgen ze groen licht om samen een album te maken: On Patrol.

J: ‘Ik vind samenwerken best moeilijk.’
M: ‘Maar het is ook best okay, of in elk geval niet onmogelijk. Dat we kritisch op elkaar zijn, is niet meer dan logisch. En natuurlijk lopen onze smaken wel eens uiteen.’
J: ‘Toch denken we nooit: klets maar raak, ik doe het op mijn manier. Dat kan ook niet in onze situatie. We moeten er gewoon samen uitkomen.’
M: ‘Het is prettig als je een toereikend budget hebt om mee te werken. Bij de Motown-plaat die we drie jaar later maakten, was dat niet het geval. Daardoor werd jouw taak als producent veel lastiger. Produceren is sowieso een rotvak: je moet je nek uitsteken, en krijgt regelmatig een tik op je kop.’
J: ‘Soms dacht ik dat jij niet doorhad hoe ik me uitsloofde.’
M: ‘Natuurlijk wel. Maar ik moet blijven zeggen wat ik vind, want ik verbind mijn naam aan zo’n album. On Patrol is trouwens een cadeautje geworden.’
J: ‘Een album om trots op te zijn.’
M: ‘Ik ben blij dat je ook weer nummers schrijft voor het nieuwe album waar Suzanne en ik nu aan werken. Maar deze keer ben je geen producent, dus we mogen met jouw nummers doen wat we willen. Al laten we een gitaar als een triangel klinken. Zo moet het ook zijn, vind ik. Stel je voor dat ik mijn muzikale identiteit volledig aan jou zou ophangen.’
J: ‘Dat willen we geen van tweeën.’

Monique Klemann

Scène 7:
Voorjaar 2009. De gezinswoning in Amsterdam-West.

De crisis slaat toe. De componist heeft minder werk en ook de zangeres ziet het aantal boekingen teruglopen.

J: ‘Mijn muzikale partner verhuisde begin vorig jaar naar Berlijn. Dat was al lastig, maar zijn vertrek viel ook nog eens samen met de grootste dip in reclameland. Op een gegeven moment dacht ik wel: dit gaat fout. Maar jij was bezorgder dan ik.’
M: ‘Ik had altijd royaal geld verdiend, dus wat wil je? Ik riep ook meteen: “Nu moet je echt iets doen met je Chinees. Ga lesgeven!”
J: “Dat ergerde me geweldig. Ik heb je honderd keer moeten uitleggen dat dat niet zomaar kón!’
M: ‘Je had minstens een begin kunnen maken. Ik weet dat het verschrikkelijk klinkt, maar van ons tweeën kom jij nu eenmaal het meest in aanmerking voor een vaste baan. Met elke maand een loonstrookje. Nou ja, we konden er ook wel om lachen.’
J: ‘Toch ging dat met een zekere grimmigheid gepaard.’
M: ‘Natuurlijk. Je wilt graag blijven wonen waar je woont, en niet van alles hoeven opgeven. Maar goed, jij denkt daar gemakkelijker over dan ik.’
J: ‘Tot ik jou kende, leidde ik materieel een tamelijk marginaal bestaan. Heel aangenaam vond ik dat.’
M, spottend: ‘Als je niks hebt, heb je ook geen zorgen.’
J: ‘Zo werkt het wel. Ik weet zeker dat we nog steeds behoorlijk zouden kunnen bezuinigen. Zolang ik die overtuiging heb, raak ik niet in paniek.’
M: ‘Gelukkig zijn we intussen al aardig uit het dal. Jij hebt meer werk, en ik heb weer volop boekingen. Dat is zo raar aan de entertainmentwereld: het is onderhand het eerste waarop mensen bezuinigen, maar zodra het journaal meldt dat de economie in de lift zit, rinkelt bij ons de telefoon.’

Scène 8:
Oktober 2010. Het Vossius gymnasium in Amsterdam.

De componist geeft Chinese les. Puur omdat hij het leuk vindt.

J: ‘Vorig jaar heb ik al bijles gegeven aan twee scholieren, volgens dezelfde methode. Geweldig om te zien dat ze gaandeweg zelf zinnen konden maken en uitspreken. Met mijn muziek verdien ik genoeg, maar ik merk dat ik er plezier in heb om kennis over te dragen. Dat hoort bij mijn leeftijd. Net als het gevoel dat ik niet meer in de frontlinie hoef te staan; dat de focus langzaam maar zeker verschuift naar de volgende generatie. Vroeger had ik het met een vriend wel eens over “je waardigheid bewaren”. Toen waren we zelf nog piepjong, maar nu besef ik beter wat het betekent. Niets erger dan krampachtig jong blijven doen.’
M: ‘Ik denk wel eens: jeetje, 45 al. Maar ik vind het niet erg, omdat we twee jonge kinderen hebben. Als dat niet zo was, zou ik het moeilijker hebben.’
J: ‘We doen ook ons best om de tand des tijds niet al te hard te laten knabbelen. We sporten allebei netjes, en letten meer op onze voeding.’
M: ‘Voor gebreken bij jij banger dan ik.’
J: ‘Ik heb tegenwoordig vaker sportblessures. Daar baal ik van. Vrouwen hebben weer andere zorgen.’
M: ‘Op schoonheidsgebied, bedoel je? Daar zit ik helemaal niet zo mee. Ik probeer mezelf te onderhouden. Logisch ook, want ik treed nog steeds op. Zingen maakt me gelukkig. Het is goed voor mijn lijf én mijn geest. Ik kan neerslachtig worden als ik te lang niet op een podium heb gestaan. Jij hebt dat trouwens ook nodig.’
J: Eén keer per drie weken ben ik de voorman van een hardrock karaoke avond in Pakhuis Wilhelmina. Dan leef ik me met een stel bevriende muzikanten helemaal uit.’
M, lachend: ‘Over waardig oud worden gesproken…’

Scènes uit een huwelijk is al jarenlang een geliefde rubriek in Elegance. Lees hier in onze Library meer verhalen.         

Tekst: Monique van de Sande Fotografie: Brenda van Leeuwen Styling: Brigitta Gadellaa

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+