Lone van Roosendaal & Eric Schlaghecke

Actrice en zangeres Lone van Roosendaal en theatertechnicus Eric Schlaghecke kregen de liefde niet cadeau, maar weten inmiddels perfect wat ze aan elkaar hebben. ‘We zijn een goed team, nog steeds.’

Scène 1
24 September 1996, de Stadsschouwburg in Haarlem.

Een aantrekkelijke musicalactrice heeft net de première achter de rug van de musical Carlie, waarin ze haar eerste echte bijrol speelt. Ze spreekt de stoere technicus aan die haar al eerder opviel.

L: ‘Stoïcijnse theatertechnicus meets hysterische actrice, dat is in het kort ons verhaal. Jij zou vanaf de première met ons gaan toeren en ik dacht meteen: lekker stuk! Na de voorstelling stapte ik op je af en vroeg: ‘Vond je het leuk?’ ‘Ja, goed gedaan’, zei je. ‘Zo naturel ook!’ Terwijl mijn rol juist volkomen over the top was, haha. Het was echt mijn humor. Ik zat in een relatie waarin ik niet meer gelukkig was, en besefte op dat moment: dit gaat een vervelend dingetje worden.’
E: ‘Ik had jou ook al opgemerkt: een leuke vrouw om wie ik wel kon lachen.’

Scène 2
Oktober 1996, een hotel in het Groningse Borger, bij Stadskanaal.

Als ze tijdens de tournee met de technicus en de rest van de cast en crew in Borger belandt, vindt de actrice het tijd voor actie. Zij zet de eerste stap.

L: ‘Ik had enorm mijn zinnen op je gezet. Niet dat ik direct een relatie voor me zag, maar ik wilde op zijn minst een keer met je gezoend hebben. Dus ik bleef eindeloos met je praten in de hotelbar. Toen die dichtging, wilde jij terug naar je vrachtwagen om te gaan slapen, maar ik had beneden een tafeltennistafel zien staan en wist je over te halen tot een potje. Op een gegeven moment, ongelofelijk, sloeg je een balletje dat bleef steken in mijn decolleté. Uitdagend zei ik: ‘Nou, kom maar halen…’ Waarop jij naar me toe kwam, het balletje eruit viste, terugliep en doodkalm opsloeg. Toen ik omviel van de slaap, bracht je me naar mijn kamer, gaf me één droge zoen en vertrok. De volgende dag schaamde ik me kapot.’
E: ‘Ja luister, je had een vriend en een dochtertje van tweeënhalf. Ik kijk dan toch iets verder dan het moment, ook vanwege het werk. Want je kunt wel leuk even met elkaar de koffer in duiken, maar als zoiets om wat voor reden dan ook spaak loopt, moet je nog wel een paar maanden door met zo’n productie. Die ervaring had ik al eens gehad, en dat was minder leuk.’

Scène 3
4 November 1996, café Weber in Amsterdam.

De actrice heeft een afspraakje weten te ritselen met de technicus. Ze gaan samen iets drinken.

L: ‘Ik was die avond naar de Kleinkunstacademie geweest, voor de afstudeervoorstelling van Alex Klaassen en Carice van Houten. Die was uitgelopen, dus ik kwam een halfuur te laat Weber binnen. Daar was niemand meer, behalve de barman die vroeg: ‘Ben jij Lone? Dan moest ik van Eric zeggen dat hij naar huis is en je morgen wel weer ziet op het werk.’ Ik dacht: mooi niet. Je had me verteld waar je ongeveer woonde, dus ik pakte een taxi en ben net als Hugh Grant in Love Actually een voor een de portieken afgegaan. Bij het zesde portiek stond jouw naam.’
E: ‘Ik was wel verbaasd dat je aanbelde, maar ik zei: ‘Gezellig, kom boven!’ We hebben nog een kwartiertje naar de video gekeken die ik net had klaarliggen, en toen is de romance begonnen.’
L: ‘Die nacht kreeg ik je sleutel.’
E: ‘Maar ik maakte je ook vrij snel duidelijk dat we zo niet konden doorgaan. Het vijfde wiel aan de wagen, dat is niks voor mij.’
L: ‘Terwijl ik het aanvankelijk niet aan mijn ex durfde te vertellen. Weinig chic allemaal, maar met een kind… Het liefst wilde ik van de ene veilige situatie naar de andere.’
E: ‘Ik had wel gezegd: ‘Als je omhoog zit, kun je tijdelijk bij mij komen wonen. Wist ik veel dat je uiteindelijk binnen een maand je biezen zou pakken. Daar was je, met een koffer en een kleine kabouter.’
L: ‘En ik ben nooit meer weggegaan, hoe vaak ik ook riep: ‘Ik ga een eigen plek zoeken!’

Lone van Roodendaal

Scène 4
Zomer 1999, een camping in de Franse Dordogne.

De actrice en de technicus verheugden zich op een fijne vakantie, maar het weer is om te schieten. Terwijl de actrice probeert de stemming erin te houden voor haar dochtertje Bobbi, zit de technicus zich te verbijten.

E: ‘Het is natuurlijk niet ideaal als je direct gaat samenwonen. Andere mensen nemen eerst de tijd om elkaar goed te leren kennen. Die fase hebben wij nooit gehad.’
L: ‘Intussen waren we toch twee mensen met een totaal verschillende achtergrond en totaal verschillende karakters.’
E: ‘In het begin vond ik het heel lastig dat jouw ex in beeld bleef als co-ouder van Bobbi, ook al is hij niet haar biologische vader, en dat ook zijn ouders nog regelmatig over de vloer kwamen. Waar ik vandaan kom, was het na een scheiding afgelopen met zulke contacten.’
L: ‘Ik ben een kind van gescheiden hippieouders voor wie dat helemaal niet gold, dus ik vond jou vreselijk ouderwets. Maar de grootste moeite had ik met het gebrek aan communicatie. In de Dordogne ging het echt mis. Ik zat in een lekkende tent reuze mijn best te doen, terwijl jij steeds chagrijniger werd. Dat trok ik niet. Het liefst had ik je stevig de waarheid gezegd, maar een ruzie met jou was geen optie, die weigerde je gewoon aan te gaan.’
E: ‘Bij ons thuis waren we nu eenmaal minder communicatief.’
L: ‘Op de terugweg maakte ik achter het stuur een kleine zwieper omdat ik iets pakte of zo, en jij schóót toch uit je slof… Ineens kwam alle opgekropte frustratie eruit, heftig en volstrekt onredelijk. Bij het eerstvolgende tankstation heb ik je de sleutels gegeven en de rest van de rit hebben we geen stom woord meer tegen elkaar gezegd. Toen jij na thuiskomst een bad nam, ging ik op de rand zitten en zei: ‘Óf we gaan in therapie, óf we stoppen ermee, maar dit wil ik nooit meer meemaken.’ Het is de therapie geworden, een jaar lang. Eerst samen, en daarna apart. Dat heeft veel goeds gebracht. Het grootste winstpunt vind ik dat we nu veel beter begrijpen waarom we reageren zoals we reageren, en waarom die ander dat op zijn of haar manier doet.’
E: ‘Als ik nu iets niet wil, laat ik het ook sneller merken.’

Scène 5
December 2001, een woonboot in Amsterdam.

De technicus en de actrice wonen sinds kort in hun eigen paleis op het water. Het duurde even, maar nu is hun leven verrijkt met een dochtertje: Puck.

L: ‘Jij had al veel eerder aangegeven dat je een kinderwens had, maar ik wilde niet. Ongetwijfeld ook omdat ik Bobbi in mijn eentje had gekregen, want de relatie met haar vader was toen al voorbij. Maar toen Bobbi bijna acht was, dacht ik: straks heeft zij later niemand. De angst voor mijn carrière heb ik ook opzijgezet. Dat zagen we dan wel weer.’
E: ‘Ik vond jouw aanvankelijke aarzeling niet leuk, maar ik ben niet gaan zeuren. En ineens kwam je er zelf mee.’
L: ‘Ik was ook meteen zwanger. Voor mij was het heel bijzonder om die periode mee te maken met iemand die ook heel graag een kind wilde. Ik werd op handen gedragen.’
E: ‘Nog steeds toch? Toen Puck er was, voelde dat voor mij heel anders dan een stiefkind. Verantwoordelijker vooral. Bij Bobbi zat ik als opvoeder toch in de tweede ring.’
L: ‘In het begin durfde je Puck niet eens aan te kleden met die grote handen van je.’
E: ‘Bang dat ze zou breken, ja. Maar dat ging al vrij snel goed.’
L: ‘Ze was zo enorm van ons samen. Een liefdesbaby, hoe corny dat ook klinkt.’
E: ‘Een ontzettend gewenst kind.’

Scène 6
2 januari 2003, een kapelletje in Las Vegas.

Tijd voor een bruiloft, vinden de actrice en de technicus.

L: ‘Op z’n Amerikaans is het zo’n makkelijke datum: 1-2-’3, maar toch vergeten we hem bijna elk jaar. Vaak stuur je me pas aan het eind van de dag een sms’je: ‘Gefeliciteerd!’ Waarop ik eerst denk: waarmee dan? En vervolgens sms ik terug: ‘Je moeder heeft zeker gebeld.’ Maar leuk was het wel, onze huwelijksdag. We hadden geen geld voor een groot feest, dus samen met Bobbi en Puck naar Las Vegas was de ideale oplossing.’
E: ‘Een nicht van mij woont in Los Angeles. Zij en haar man waren onze getuigen.’
L: ‘Ik wilde eerst een Sissi-geval met pofmouwen, maar toen ik mezelf daarmee in de spiegel zag, dacht ik: nee, toch liever een echt mooie jurk.’
E: ‘Ik heb gewoon een smoking gehuurd.’
L: ‘Trouwen is daar big business. Als je mijn jurk ziet, denk je: 10.000 dollar, terwijl hij maar 99 dollar kostte. Je houdt er een sigaret bij en je vliegt in brand, natuurlijk, maar ik heb hem nog steeds.’

Lone van Roosendaal
Scène 7
Begin 2006, een basisschool in Amsterdam.

Even lijkt het geluk van de actrice en de technicus compleet, maar dan blijkt hun dochter steeds meer in de knel te komen.

E: ‘Puck was een lief kind, maar wel heel druk.’
L: ‘Op de crèche moest ze uit het zicht van de andere kinderen slapen en bij de lunch zat ze tussen twee leidsters ingeklemd. Ze leefde voortdurend op het scherp van de snede. Zei je: ‘Pas nou op dat je niet op die zonnebril gaat zitten’, dan deed zij dat juist. Op de basisschool kreeg ze serieuze gedragsproblemen.’
E: ‘Kreeg ze een duw, dan gaf ze een veel hardere terug. Ze besefte ook niet wat ze daarmee teweegbracht.’
L: ‘In de pauzes stond ze alleen. Zo zielig. Uiteindelijk hebben we haar laten onderzoeken. Toen bleek dat ze geen impulsbeheersing had, wat wees op een zware vorm van ADHD. We kregen medicatie mee, met de waarschuwing dat ze daardoor veel emotioneler kon worden. Dat klopte, maar ze werd vooral ook veel rustiger, zonder dat ze haar natuurlijke sprankel verloor. Een verademing voor ons allemaal.’
E: ‘Sindsdien gaat het veel beter. Puck is een sociale, stoere meid geworden.’
L: ‘Alleen besef ik achteraf wel dat we door de problemen met Puck iets te weinig oog hadden voor Bobbi. Daar heb ik spijt van.’

Scène 8
Februari 2012, theater De Storm in Winterswijk.

Dochter Bobbi blijkt een opstandige puber. De spanningen in huis slaan over op de relatie van de technicus en de actrice.

L: ‘Ik wil er niet over uitwijden hoe heftig Bobbi was, maar zeg maar gerust: heel heftig.’
E: ‘Ze voelde zich onbegrepen en wij konden haar daarin niet helpen. Een psycholoog vertelde dat pubers meestal het hardst uithalen naar de mensen die ze het meest vertrouwen. In het geval van Bobbi waren wij dat.’
L: ‘Mijn carrière was ineens flink gaan pieken, dus ik werkte keihard. Al was het ook een vlucht voor de spanningen thuis. Het stoorde me geweldig – hoe onterecht ook – dat jij die niet oploste en dat ik continu alle borden in de lucht moest zien te houden. Langzamerhand raakte de koek op. Ik kreeg een enorme drang om weer op mezelf te zijn, weg van mijn verantwoordelijkheden. Op de dag dat we met het toneelstuk Eten met Vrienden in Winterswijk stonden, heb ik je gebeld en gezegd dat ik het niet meer zag zitten. Toen ik ’s nachts thuiskwam, waren we allebei behoorlijk in paniek.’
E: ‘Mijn grootste angst was dat het hele gezin uit elkaar zou vallen. Daar wilde ik tegen vechten, maar een echte oplossing had ik niet.’
L: ‘Ik evenmin. Soms wilde ik Bobbi het liefst naar een kostschool sturen.’
E: ‘Zo ver is het niet gekomen, maar we zijn nog wel een paar keer gaan praten met onze vroegere therapeut. Dat heeft een paar handvatten opgeleverd. Elkaar wat meer ruimte geven, dat werkte uiteindelijk het beste.’
L: ‘Dat ging ook vanzelf. Ik kreeg een rol in de film Verliefd op Ibiza, dus ik was heel veel weg. Al was dat ook wel weer eng, toch?’
E: ‘In die situatie wel, want je was tot alles in staat. Maar daarna zat je beter in je vel.’

Scène 9
Januari 2013, een boulevard in Nice.

De actrice en de technicus zijn samen een paar dagen op stap. Hun relatie zit weer in de lift.

E: ‘Met Oud en Nieuw ging het al beter tussen ons, maar die dagen in Nice waren echt fijn.’
L: ‘We zaten in een boetiekhotelletje vlak bij de zee.’
E: ‘De eerste middag waren we al op het strand.’
L: ‘Met onze jas aan in de zon.’
E: ‘Samen de stad bekijken was ook leuk.’
L: ‘Wij houden sowieso van lekker ronddolen en daarna lekker eten.’
E: ‘Al was het wel jammer dat ik steeds meer last van mijn rug kreeg. Een Franse hernia.’
L: ‘Tijdens de laatste wandeling was je echt stuk. Ik zie ons nog terugmodderen naar het hotel, van kroegje naar kroegje.’
E: ‘Ik kon alleen maar zitten. Uiteindelijk ging ik als een soort Quasimodo het vliegtuig weer in.’
L: ‘Niet leuk natuurlijk, maar ik merkte wel dat ik bezorgd om je was, automatisch. Jij kon me weer schelen en dat is daarna zo gebleven. Ik vind het gewoon het leukst als ik bij jou ben, of we nu op reis zijn of samen op de bank zitten.’
E: ‘We zijn een goed team, nog steeds.’
L: ‘De problemen met Bobbi zijn ook helemaal van de baan. Daar zijn we zo ongelofelijk blij om. Ze studeert, haalt prima cijfers en woont inmiddels op zichzelf. Jij hebt laatst haar hele kamer nog gerenoveerd.’
E: ‘Ze is weer helemaal senang nu.’
L: ‘Als ze langskomt, is het gezellig. Hebben we toch nog iets goed gedaan, denk ik dan.’

Lone & Eric

Lone van Roosendaal werd op 12 juni 1969 geboren in Bonn, Duitsland. In 1993 studeerde ze af aan de Kleinkunstacademie. Ze is wereldwijd de enige vrouw die de hoofdrol in de musical Mamma Mia! in drie verschillende landen (Nederland, België, Duitsland) heeft gespeeld. Daarnaast was ze onder andere te zien in de musicals Sweet Charity, Zorro en Aspects of Love en theaterstuk Eten met vrienden. Ook had ze rollen in tv-series en films, waaronder Verliefd op Ibiza. Lone won twee keer de John Kraaijkamp Musical Award (2006 en 2011) en is momenteel te zien in de Annie Schmidt-musical Heerlijk duurt het langst.

Eric Schlaghecke werd op 19 mei 1967 geboren in Amsterdam. In 1988 startte hij als chauffeur en inspiciënt in de theaterwereld. Hij werd logistiek planner en vervolgens theatertechnicus. Sinds september 2014 is hij vast verbonden aan Theater de Meervaart in Amsterdam.

Scènes uit een huwelijk is al jarenlang een geliefde rubriek in Elegance. Lees hier in onze Library meer verhalen.

Tekst: Monique van de Sande Fotografie: Nine Ijff Visagie: Corinne van der Heijden Styling: Brigitte Kramer

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+