Loes Haverkort & Floris Verbeij

Loes Haverkort en Floris Verbeij vonden elkaar direct in de muziek. Maar het duurde even voordat ze hun vriendschap durfden in te ruilen voor een liefdesrelatie.

Scène 1:
Oktober 2006. Een voormalig gymnastieklokaal in Amsterdam-Osdorp.

De audities voor de musical Route 66 zijn in volle gang. Een jonge actrice annex zangeres dingt mee naar een van de hoofdrollen. Ze is blond en gebruind door de zon. De pianist die haar begeleidt denkt het zijne van haar verschijning, tot hij haar hoort zingen.

L: ‘Ik was net terug van een vakantie in Tunesië. Daarom was ik zo bruin.’
F: ‘Je zag eruit als een zonnebanktype. Een bimbo. Had je niet ook nog een cowboyhoed op, en cowboylaarzen aan?’
L: ‘Welnee, ik droeg alleen een geruite blouse omdat dat paste bij de sfeer van het stuk.’
F: ‘Blijkbaar is het in mijn herinnering steeds erger geworden.’
L: ‘Op het eerste gezicht viel je mij ook niet mee. Je leek vreselijk saai. Een geitenwollensokkentype met drie kinderen.’
F: ‘Toch was er meteen een klik toen je een liedboek van Randy Newman tevoorschijn haalde. Net als jij ben ik een enorme fan van hem. Toen we samen zijn klassieker Short People uitvoerden, was ik verrast. Iedereen, trouwens. Jij speelt niet op veilig, maar maakt echt muziek.’

Scène 2: 
18 Maart 2008. De Stadsschouwburg in Groningen.

De actrice en de pianist zijn op tournee met de cast en crew van Route 66. Ze hebben elkaar gevonden, als vrienden én als muzikanten. Op een middag besluiten ze vóór de voorstelling in de Groningse schouwburg een aantal demo’s op te nemen voor wat ooit een gezamenlijke cd moet worden. Het voelt goed.

F: ‘Een jaar na de audities, aan het begin van de eerste repetitiedag, voelde ik plotseling een warme, tintelende gloed in mijn benen. Toen ik naast me keek, stond jij daar. Ik ben totaal niet zweverig, maar het leek toch een bizar voorteken.’
L: ‘We waren meteen vrienden, op een volstrekt vanzelfsprekende manier. Tijdens de voorstelling was het telkens weer een bijzonder moment als we samen het Randy Newman-nummer I think it’s going to rain today deden.’
F: ‘In de hele wirwar van ego’s kwam er even helemaal niemand tussen ons. Ik had enorm veel bewondering voor jouw talent. Er zijn weinig zangers en zangeressen die me zo kunnen meevoeren met hun verhaal.’
L: ‘We hebben elkaar ook nooit aanwijzingen hoeven te geven. Jouw spel en mijn stem voegden zich naadloos samen.’
F: ‘We moesten duidelijk iets met elkaar, op muzikaal gebied. Die demo’s die we in Groningen opnamen, waren daar alleen nog maar een bevestiging van.’
L: ‘Maar in de liefde gingen we elk onze eigen weg. We hadden allebei een relatie waar we vol voor gingen.’

Scène 3:
12 februari 2009. Schouwburg De Nobelaer in Etten-Leur.

De pianist en de actrice werken opnieuw samen in de musical Brandende Liefde, in opperste harmonie. Maar tijdens de try-out in Etten-Leur heeft zij een verrassing voor iedereen, behalve voor hem.

F: ‘Vlak voor de voorstelling stormde je de kleedkamer binnen en zei: “Ik ga vanavond naakt. Dat jullie het weten.” Deur dicht, en weg was je.’
L: ‘Tot dat moment had ik steeds gedacht: het hoeft niet, dus laat maar zitten. Maar die dag besefte ik dat ik het minstens een keer moest proberen.’
F: ‘Dus zat ik vervolgens driekwart jaar achter de piano op het toneel, terwijl jij buiten mijn blikveld uit de kleren ging. Ik vind het nog steeds een idioot idee dat mijn hele familie, inclusief mijn opa, je eerder naakt heeft gezien dan ik. Terwijl Frits Lambrechts zich elke keer wél precies in mijn zicht uitkleedde. Jij stond dan in de coulissen heel plagerig te wijzen. Dát mocht me niet ontgaan!’
L: ‘Intussen verdiepte onze vriendschap zich steeds verder. We ontdekten dat we in ongelofelijk veel opzichten op elkaar leken. Niet alleen in onze muzikale smaak, maar ook in onze humor en de manier waarop we tegen mensen en situaties aankijken. “Weet je zeker dat we niet toevallig broer en zus zijn?” zei ik vaak.’
F: ‘In de bus lagen we vaak samen dubbel om dingen die verder niemand begreep. We praatten ook over onze relaties, waarmee we op dat moment allebei problemen hadden. Ook op dat vlak snapten we elkaar perfect. Ik denk dat ik daarom ook niet op de gedachte kwam om jou te versieren, zelfs niet toen onze relaties op de klippen gelopen waren. Versieren is een spel, en jij doorzag me volledig.’
L: ‘Toch wist onze collega Catherine ten Bruggencate wel beter. Ze zei: “Geloof me, over vijf jaar zijn jullie samen.”’

Scène 4:
Augustus 2009. Een woning in Amsterdam-West.

De actrice en de pianist gebruiken de zomerweken om verder te werken aan hun cd-plannen. Ze schrijven zelf nummers die vaak over relaties gaan, en over en weer herkenning oproepen. Maar als er tussen hen iets dreigt op te bloeien, schrikken ze.

L: ‘Jij had toen al een huis in Utrecht, en ik woonde in Amsterdam. Meestal spraken we bij mij af. Je had daar ook een piano neergezet.’
F: ‘Na die mislukte relatie had ik geen zin om in mijn eentje te zitten kniezen. Ik wilde aan de slag, productief zijn. De samenwerking liep lekker. We hadden erg veel inspiratie. Maar op een avond na een concert stonden we tot onze eigen verbazing ineens te zoenen. Daarna voelden we ons verschrikkelijk onwennig tegenover elkaar, een beetje alsof je met een auto tussen twee versnellingen in hangt. Van pure schrik hebben we elkaar wekenlang niet aangeraakt.’
L: ‘Het was het begin van een onbestemde periode die maanden heeft geduurd. Dan deinsde de één weer terug, en dan de ander.’
F: ‘Al hield jij de boot meer af dan ik.’
L: ‘Ik denk dat ik heel erg bang was om je kwijt te raken, juist omdat ik tegenover jou niets meer kon verbergen. Stel je voor dat jij me had afgewezen. Ik voelde me zó kwetsbaar.’
F: ‘Ik net zo goed. Toch vond ik dat ook het mooie. Er zat niets anders op dan te springen, zonder vangnet. Maar intussen bleef jij aarzelen, ook al vierden we samen kerst en Oud en Nieuw. Uitgerekend op je verjaardag, na afloop van een feest waarop ik me steeds ongelukkiger was gaan voelen, heb ik er een punt achter gezet. Ik zei: “We komen hier nu niet uit. Ik denk dat we samen oud worden, maar ik wacht wel tot jij dat ook zo ziet.”’
L: ‘Een maand later sprak ik met je af in een café. Eindelijk had ik de knop omgezet, en durfde ik aan mezelf toe te geven dat ik al heel lang van je hield. Ik vertelde je dat ik met je verder wilde.’
F: ‘Waarop ik zei dat ik in de tussentijd een andere vrouw had ontmoet die ik erg aardig vond. Ik was zo blij dat jij eerder met jouw bekentenis kwam dan ik met de mijne.’
L: ‘Anders had ik het nooit gezegd, en wie weet wat er dan was gebeurd.’
F: ‘In elk geval wist ik vanaf dat moment dat ik voor jou moest kiezen. Daarna ging het als een raket. Krap vier maanden later heb ik je ten huwelijk gevraagd.’
L: ‘We wilden binnen een jaar trouwen. Maar daar kwam een klein mannetje tussen.’

Scène 5:
26 september 2010. Dezelfde woning in Amsterdam én een woning in Utrecht.

De pianist en de actrice zijn inmiddels onafscheidelijk, op één nacht na. Er blijkt een bijzondere ochtend op te volgen.

L: ‘Ik was in die periode aan het repeteren voor de musical Soldaat van Oranje. Die dag waren we met de hele cast uitgenodigd bij Minerva, het Leidse studentencorps dat in het verhaal een belangrijke rol speelt. Ik geloof dat ik je rond 1 uur ’s nachts belde.’
F: ‘Je had duidelijk gedronken. Dat vond ik niet zo’n punt, maar ik ergerde me aan je besluiteloosheid. Je wist niet of je nog met de groep de stad in wilde, of toch naar je huis, waar ik dan ook heen zou komen. Voor het eerst in al die maanden werd ik een beetje chagrijnig, dus ik zei: “Ik spreek je morgen wel.” Toen de volgende ochtend al om acht uur de telefoon ging, dacht ik: zó schuldig hoef je je ook weer niet te voelen.’
L: ‘Maar daarover belde ik niet. Ik had die ochtend een zwangerschapstest gedaan. Niet voor het eerst, maar nu leek er toch echt iets aan de hand te zijn. Een paar dagen eerder had ik bij McDonald’s een quarter pounder gegeten, en daarna wilde ik per se ook nog een cheese burger. Toch raar als je vegetariër bent. En ja hoor, het was raak. Dus ik joelde door de telefoon: “We zijn zwanger!”’
F: ‘Eén nacht alleen, en dan prompt zwanger, haha. Oh, wat baalde ik dat ik niet bij je was. We waren zó gelukkig.’

Loes Haverkort

Scène 6:
6 Oktober 2010. De Theaterhangaar op het voormalige vliegveld Valkenburg bij Katwijk.

De actrice is aan het repeteren voor Soldaat van Oranje als ze wordt overvallen door een hevige buikpijn die van geen wijken weet. De pianist springt direct in de auto.

L: ‘Aanvankelijk speelde ik gewoon door, met het idee: dat gaat wel over. Ik ben geen watje. Maar de pijn was zo heftig dat ik aan het begin van de avond ben weggeglipt om in een kleedkamer op een bed te gaan liggen. Daar werd het alleen maar erger. De productie wist inmiddels dat ik zwanger was, dus iedereen dacht: dat gaat fout. Ik ook. Gek genoeg kwam er meteen een soort berusting over me. Maar als het dan toch mis moest gaan, wilde ik wel dat het thuis zou gebeuren. Jou had ik toen ook al gebeld.’
F: ‘Ik was aan het lesgeven in Utrecht. Toen ik jouw voice-mailbericht hoorde, schoot ik vol. Ik heb acuut al mijn afspraken afgezegd, en ben naar Amsterdam gereden. Daar werd jij toen ook heen gebracht.’
L: ‘Het was vreselijk. Ik kwam de trap al bijna niet op, en kon vervolgens niet zitten of liggen.’
F: ‘Om tien uur ’s avonds zijn we naar het ziekenhuis gegaan. Daar kreeg jij allerlei onderzoeken.
L: ‘En pijnstilling, gelukkig. Mijn bloed was in orde, mijn urine ook, en daarna werd er een echo gemaakt. Ineens zagen we een klein wormpje door mijn baarmoeder zweven.’
F: ‘Dat moment was zo’n waanzinnige ontlading. Met jou was alles goed, en met ons kindje ook.’L: ‘Niemand kon precies zeggen wat mijn pijn had veroorzaakt. Waarschijnlijk galstenen, dachten ze. Ons kon dat toen eigenlijk niets meer schelen. Om vier uur ’s nachts kwamen we opgelucht thuis.’
F: ‘Mét een foto van de echo, die ik vervolgens aan iedereen liet zien. “Kijk, dit is het hoofdje”, zei ik dan trots. Later bleek dat de baarmoedermond te zijn.’

Scène 7: 29 Oktober 2011. De Leidse Schouwburg in Leiden.

Zoon Johannes is inmiddels vijf maanden oud, en kerngezond. De trotse ouders kunnen hun geluk niet op, al blijkt de combinatie van ouderschap en werk een forse uitdaging. Als de pianist de actrice tijdens de première van haar nieuwe stuk op het toneel ziet staan, is hij meer dan voldaan.

F: ‘Johannes is een rustig jongetje dat duidelijk zijn behoeftes aangeeft. Daardoor konden we vanaf het begin op een heel relaxte manier ouders zijn. Ik vind het ook mooi om jou door de ogen van Johannes te zien in je rol als moeder. Zodra jij in beeld komt, begint hij te stralen. Jij ook, trouwens.’
L: ‘Een kind is een enorme bak liefde die je er ineens bij krijgt. Zo ervaren we dat allebei. Ik vind het heerlijk dat we elkaar ook in het ouderschap feilloos aanvoelen. Als ik me een beetje ongerust maak, stel jij daar jouw nuchterheid tegenover. En omgekeerd doe ik precies hetzelfde.’
F: ‘Het voelt volkomen vanzelfsprekend. Een grote verandering is wel dat we ons leven nu veel meer moeten organiseren. Elke keer is het weer een legpuzzel omdat we allebei freelance werken. Leve onze formidabele oppas!’
L: ‘Drie maanden na de geboorte van Johannes ben ik begonnen met repetities voor een toneelstuk dat ik nu met Waldemar Torenstra speel: Emmi@Leo. Doordat iedereen rekening met me hield, kon ik borstvoeding blijven geven. Zodra het tijd was voor een voeding, stoof ik naar huis. Heel fijn vond ik dat.’
F: ‘De première in Leiden voelde als een mijlpaal. Ik vond het geweldig dat je na al die maanden weer op het toneel stond. Ik zag zoveel spelplezier, en er wás ook zoveel te spelen in deze rol. Eigenlijk was ik op dat moment blij met ons hele leven, en met ons improvisatietalent. Veel dingen zijn nu eenmaal niet te plannen.’
L: ‘We kunnen ons samen heerlijk overgeven aan naïef-romantische dagdromen, bijvoorbeeld over een boerderijtje in het groen waar we ooit nog eens willen gaan wonen. Maar we zijn praktisch genoeg om de mogelijkheden die zich aandienen te benutten.’
F: ‘Het komt altijd wel goed, zolang we elkaar hebben.’
L: ‘Én de muziek. Want die cd van ons samen gaat er absoluut komen.’

Loes & Floris

Loes Haverkort werd op 19 januari 1981 geboren in Almelo. In 2004 voltooide ze haar opleiding aan de Toneelacademie Maastricht. Ze was onder andere te zien in de tv-series Juliana, De Troon en Bernhard, schavuit van Oranje en in de speelfilms Eilandgasten, Het echte leven en Dik Trom. Ook speelde ze in diverse toneelstukken en musicals, waaronder Koopman van Venetië, Brandende Liefde en Soldaat van Oranje.

Floris Verbeij werd op 5 januari 1982 geboren in Eindhoven. In 2006 voltooide hij zijn opleiding tot uitvoerend musicus aan het conservatorium in Utrecht. Hij is inmiddels docent aan de conservatoria van Utrecht en Amsterdam, componeert voor theater, film en televisie en heeft een eigen coachingpraktijk.

Scènes uit een huwelijk is al jarenlang een geliefde rubriek in Elegance. Lees hier in onze Library meer verhalen.

Tekst: Monique van de Sande Fotografie: Brenda van Leeuwen Styling: Brigitta Gadellaa

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+