Jasper Krabbé over zijn muze

18 april 2011 00:00
Van meet af aan had kunstenaar Jasper Krabbé succes. Al op zijn veertiende kreeg hij grote opdrachten. ‘Stond ik daar als jochie, graffiti te spuiten. Voor geld!’ Deze maand exposeert hij met een ode aan de Mexicaanse kunstenaar Julio Galán, binnenkort volgt er één die helemaal aan echtgenote Floor is gewijd. ‘Zij is het.’

JEUGD

Trots, geluk en lichte gêne. In het gezicht van Jasper Krabbé tekent zich van alles af wanneer hij praat over zijn rebelse jeugd. Daar zit hij dan, in een smaakvol ingericht, ruim en oud huis dat alom - maar gedoseerd - verrijkt is met zijn verfijnde, bijna ingetogen werken. De graffiti-artiest van toen, de gelukkige man van nu. Krabbé (1970, echtgenoot van Floor, vader van twee dochters): ‘Als kind heb ik er nooit over nagedacht wat ik wilde worden, het enige wat opviel was dat ik werkelijk altijd zat te tekenen. Toen ik 14, 15 was, werd ik toegelaten tot een soort gang. Een jeugdbende van zes. Vanuit Amerika was het fenomeen graffiti overgewaaid en wij waren de eerste lichting in Nederland. De zogenoemde USA, United Street Artists. Het was natuurlijk illegaal wat we deden, we jatten spuitbussen en het werd aanvankelijk echt gezien als vandalisme, maar ik kletste me er altijd wel weer uit met de prachtige zin: ‘Dit is kunst.’

PARA TI JULIO

Solo-expositie over Julio Galán
Dit werk van Jasper Krabbé is van 12 mei t/m 15 juni te zien bij Galerie van der Mieden in Antwerpen. Overig werk van Jasper is te zien bij Galerie van der Mieden op Art Amsterdam, van 11 tot 15 mei. www.jasperkrabbe.com

Het hele interview is verschenen in Elegance Mei.
(tekst Robert Heukels, fotografie Femke Reijerman)


Terug naar het overzicht
Share |
Dit artikel is nog niet beoordeeld