Jérôme Dreyfuss ‘Ik heb het geluk een vrouw te hebben die altijd alles kwijtraakt’

Zeventien jaar geleden ontwierp Jérôme Dreyfuss zijn eerste tas. Een lapje leer dat hij knipte en naaide tot wat nu nog zijn meest iconische model is. Inmiddels zijn zijn tassen – met namen als Billy, Rémi en Bob – beeldbepalend en typerend voor de bekende Parijse stijl.

Hoe het begon…
‘Ik was altijd modeontwerper en zat middenin die design­ wereld. Maar dat leven trok me eigenlijk niet meer zo. Feestjes met celebrity’s als Madonna… Het was niet meer mijn leven. Toen ontmoette ik mijn vrouw (designer Isabel Marant, red.). We hadden een keer een diner met allemaal vrouwen en ineens realiseerde ik me dat geen van hen een goede tas bij zich had. De een droeg haar spullen in een plastic zak, de ander in een canvas tasje van de vlooienmarkt. Toen ik ze vroeg waarom ze geen echte tas hadden, kreeg ik als antwoord dat de meeste tassen it bags waren van de grote couturehuizen. Niet alleen onbetaalbaar, maar ook met enorme logo’s en dat wilden ze niet. Ik beloofde ze de dag erna een tas te ontwerpen. De volgende ochtend knipte ik in mijn atelier mijn eerste tas. Ik had helemaal geen ervaring met tassen maken, maar ik sneed het leer en naaide de tas zoals ik kleding zou maken. Daar­ door werd de tas heel soepel en licht. Ik was erg blij met dat eerste ontwerp. En toen wist ik: ik ga alleen nog maar tassen maken.’

Billy
‘Die eerste tas is wat nu nog steeds een bestseller is, de Billy. Om hem steviger te maken plaatste ik kleine metalen klinknagels aan de zijkant van de tas. Normaal zijn tassen heel zwaar gevoerd om hem sterker te maken, maar ik wilde juist een lichte tas creëren. Dat heeft twee voordelen: vrouwen klagen veel minder over hun schouders met het dragen van mijn tassen. En ik heb per ongeluk een soort trademark neergezet, want mensen herkennen mijn tassen nu altijd aan die drie kleine metalen puntjes. Ik ben er dol op als dingen zo per toeval ontstaan.’

Jerome Dreyfuss

Serge Gainsbourg & Catherine Deneuve
‘Ik kom uit een heel klein dorp, echt het Franse platteland. De lucht is er altijd grijs en het regent er negen van de tien keer. Ik luisterde als twaalfjarig jongetje naar Serge Gainsbourg op de radio. Daar vertelde hij in een interview waarom hij deed wat hij deed. Hij was twintig en niet de knapste, maar om wel de mooiste vrouw aan de haak te slaan moest hij ergens in uit­ blinken. Hij dacht: ik ben best goed in schilderen en muziek maken, laat ik dat proberen. Ik weet nog dat ik naar dat verhaal luisterde en dacht: als ik het mooiste meisje wil krijgen – en in die tijd waren Brigitte Bardot en Catherine Deneuve het hele­ maal – dan moet ik iets maken waarmee ik hun hart steel. Geïnspireerd door mijn oma, die naaister was, begon ik met het maken van jurken en rokken. Die verkocht ik aan mijn vrienden en vrienden van mijn ouders. Ze kostten 30 euro per stuk, en ik verdiende er op jonge leeftijd al aardig mee. Toen realiseerde ik me dat ik mijn geld kon verdienen door iets te doen wat ik echt leuk vond.’

‘Ik probeer voor elke verkochte tas een boom te planten’

Praktische designs
‘Ik probeer het vrouwen makkelijker te maken. Ik heb het geluk een echtgenote te hebben die altijd alles kwijtraakt. Elke keer als we uitgaan is ze op zoek naar iets; haar tas, haar bril, haar passen. Dat heeft me op een hoop ideeën gebracht. Daarbij kijk ik natuurlijk ook naar het straatbeeld en wat de vrouw nodig heeft. Dat is de afgelopen jaren sterk veranderd. Twintig jaar geleden kon je een typische Française uit­ tekenen in een jeans, trenchcoat en met een sigaret. De echte Femme Française à la Catherine Deneuve. Maar tegenwoordig hebben vrouwen kinderen, een laptop, een telefoon. Dus ik dacht: ik moet hun leven eenvoudiger maken. Daarom heeft elke tas allerlei praktische zakken en vakken en een kleine zaklamp, zodat je altijd je spullen kunt vinden.’

Duurzaamheid
‘Als kind was ik lid van de scouting en het eerste wat je leert is dat je de natuur moet beschermen. Ik ben dol op het artistieke aspect van mijn werk, maar ik besef ook dat ik door het produceren van tassen meewerk aan de consumentenindustrie en afval creëer. Toch probeer ik te doen wat ik kan. Zo kopen we alleen leer in van dieren die buiten hebben geleefd en verven we onze producten met natuurlijke en vegetarische verf. We verkopen ruim 100.000 tassen per jaar en dat probeer ik te compenseren door voor elke verkochte tas een boom te planten. Het vinden van een passend goed doel is trouwens nog niet gemakkelijk. Ik wilde niet zomaar een instantie kiezen die bomen plant. Nu heb ik een organisatie gevonden die heel nauw samenwerkt met dorpen in Indonesië, waar men normaal gesproken leeft van de houtkap. Ze bezoeken die plekken en planten er groente en fruitbomen. Vervolgens leren ze de bevolking hoe je hier jam en andere etenswaren van kunt maken, die ze kunnen verkopen op de markt. Ten slotte zetten ze ook bomen neer, maar dat is dus pas de laatste stap. Ik hoop dat ik – mede door er veel over te praten – mensen kan laten inzien dat het niet alleen nodig, maar ook cool is om om de planeet te geven.’

Billy

De ‘Billy’

Seizoenskleuren
‘Elk seizoen werk ik samen met een kunstenaar die een speciale kleurenkaart voor me samenstelt. Ik moet mezelf namelijk echt af en toe dwingen om andere kleuren te kiezen, anders verval ik steeds in mijn favoriete tinten als beige, bruin, groen en okergeel. Ik denk altijd aan een plek als ik met de seizoenen bezig ben. We hebben een huis in de bergen van Ibiza, en voor de zomercollectie laat ik me graag inspireren door het gevoel dat ik daar heb. Vrouwen dragen er zwierige rokken met een simpel shirt en lopen op blote voeten. Daar bedenk ik dan meteen allerlei kleuren bij. In de
winter past een stad meer bij dat gevoel. Dan wil je cocoonen en lekker naar bin­nen. Deze zomer zie je de bekende aardse kleuren terug, maar ook zilver en violet en verschillende tinten blauw doen het goed. Vooral ook samen. Het is trouwens grappig hoe het koopgedrag per land kan verschillen. In Parijs kopen vrouwen graag kleur en iets gedurfder. Als ze de tas volgend jaar niet meer mooi vinden, kopen ze een nieuwe. En in Nederland merk ik dat vrouwen iets meer op safe gaan en zwart, bruin of natuurlijke tinten kiezen. Mijn moeder kiest ook altijd voor zwart: ze woont nog steeds in een klein dorp en valt liever niet teveel op.’

Jongensnamen
‘Elke tas krijgt een naam. Dat zijn meestal mensen die ik ken en dan met name de kinderen van vrienden van me. Laatst wilde een vriend van me ook dat ik een tas naar hem zou noemen. Hij is enorm groot. Ik belde hem op: kom naar kantoor, ik heb je tas. Toen hij binnen was wees ik hem de allerkleinste porte­monnee aan die ik had kunnen maken. En de ronde tas heet Rémi. Die is genoemd naar de verkoper van een groot warenhuis in Parijs. Hij is – zoals je misschien wel kunt raden – nogal stevig en rond gebouwd.’

Tekst: Hilde Veeren

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+