Heleen Mees

Ze werd bekend als powerfeministe. Haar boodschap: alle vrouwen fulltime aan het werk! Controversieel is ze gebleven – al helemaal toen ze, twee jaar geleden, werd gearresteerd in New York op verdenking van stalking van haar ex-minnaar. De aanklachten werden geseponeerd. Van Hengelo naar Beijing: de levenslessen van Heleen Mees.

Gevangen in New York
‘Het spijt me zeer. Zolang er nog een rechtszaak loopt mag ik daar helemaal niks over zeggen. Echt helemaal niks. Het heeft allemaal met de schadevraag te maken.’

Beschuldigingen
‘Zelfde verhaal: mag ik van mijn advocaten niet op ingaan. Het is me ten strengste verboden. Ik sta wat dat betreft echt onder curatele.’

Vrienden
‘Ja, het was een situatie waarin je erachter komt wie je vrienden zijn en wie niet. Terugblikkend, dat mag denk ik nog wel: ik ben daar niet teleurgesteld in, helemaal niet zelfs.’

Ouders
‘Ik ben opgegroeid in Hengelo; ik kom uit een no-nonsensegezin. Wel een heel wárm gezin. Mijn ouders waren progressief, politiek heel erg bewust; ze werkten allebei fulltime. Mijn vader was journalist, hij werkte voor de Twentsche Courant; nieuws was voor ons heel erg belangrijk. Mijn moeder werkte als hoofd van een polikliniek bij een revalidatiecentrum. Ik heb een oudere broer en een oudere zus; die wonen allemaal heel dicht bij elkaar, vlak bij hun geboortegrond. Wie van school spijbelde, kwam bij ons thuis omdat mijn ouders dus allebei fulltime werkten; nou ja, mijn vader schreef vaak thuis zijn verhalen, maar hem kon het verder niet schelen wie er allemaal was en wat we deden. Het huis zat altijd vol.’

Moeder
‘Ik had het toen niet in de gaten, maar nu, terugkijkend, stel ik vast: zij was mijn voorbeeld. In die tijd had ik niet door dat wij vooruitstrevend waren en dat het bijzonder was dat mijn moeder fulltime werkte; ik dacht als kind dat elk gezin zo in elkaar zat, dat dit was hoe het hoorde. En ik zag natuurlijk af en toe wel hoe het bij andere gezinnen ging, maar dacht dan dat die een beetje achterliepen en dat ze dat spoedig zouden inhalen. Daar zat ik wel flink naast, ja! Kijk, wat werkende vrouwen betreft wijkt Nederland énorm af en het is énorm moeilijk om het te wijzigen. Het is een discussie die ik heel lang heb gevoerd. Ik begrijp ook wel waarom het zo moeilijk is om die verhoudingen te wijzigen tussen mannen en vrouwen. En dan vooral tussen mannen en vrouwen aan de top. Dat je daar zo weinig vrouwen vindt, dat er zo weinig vrouwen fulltime werken in Nederland: het zijn grotendeels patronen en die zijn zó ingesleten. Ik volg het voorbeeld van mijn moeder en mijn zus ook, die werkt eveneens fulltime. En mijn schoonzus, die niet uit zo’n vooruitstrevend gezin komt, werkt ook fulltime, kennelijk aangestoken door ons virus. Maar de meeste vrouwen hebben niet het voorbeeld dat ik heb gehad. Dus zij volgen het voorbeeld van hun moeder – en op die wijze kan zo’n patroon heel lang voortduren. Maar behalve dat de meeste vrouwen niet het juiste voorbeeld hebben, vind ik ook nog steeds het beleid in Nederland niet heel erg aanmoedigend voor beide partners om te gaan werken. En als iedereen het wel goed vindt zo, dat vrouwen thuis zijn of een parttime baantje hebben, dan is er ook niet zoveel draagvlak om dat beleid te wijzigen. Dan gebeurt er weinig tot niets. Ik vind het een discussie waar ik mijn steentje aan heb bijgedragen, waar ik alles over gezegd heb wat ik erover wil en kan zeggen. Ik ga me niet de rest van mijn leven met vrouwenzaken bezighouden; daar kan ik trouwens ook niet van leven. En ik denk ook wel dat alle damesgroepjes in Nederland die me ooit hadden willen uitnodigen om te komen spreken over dit onderwerp, dat nu ook wel gedaan hebben. Bovendien komt die discussie altijd weer op hetzelfde neer: vrouwen zijn voorbestemd om anders te zijn dan mannen, want fysiek zitten ze anders in elkaar, ze hebben een andere rol in de samenleving, ze zijn wel gelijk maar toch ook anders, noem maar op. Ik zeg: de verschillen tussen man en vrouw zijn niet door de natuur maar cultureel bepaald. Wat ik zeg tegen een vrouw die twee, drie dagen per week werkt onder haar opleiding en talenten? In beginsel niets. Ik ben een macro-econoom; ik ben niet zo geïnteresseerd in de persoonlijke keuzes van mensen. Het gaat mij om de optelsom van die keuzes. Ik probeer het onderwerp meestal te vermijden. Maar goed, laat ik dit zeggen: elke vrouw – ieder mens – die niet het maximale uit haar talenten probeert te halen, vind ik echt wáárdeloos.’

Ambities
‘Ik had geen vast, concreet plan. Maar ik had al wel heel jong ambities. Al heel jong wilde ik minister van Financiën worden. Ik denk dat ik toen negen jaar oud was. Raar hè? Kennelijk zat dat engagement bij mij er al vroeg in, eveneens de interesse voor economie, voor cijfers. En de politiek! Politiek was iets mágisch voor me! Ik wou trouwens op een bepaald moment ook verpleegster worden. Het is toch fijn voor alle patiënten in deze wereld dat ik dat niet ben geworden. Een groot plan heb ik nog steeds niet, zo van: als ik dat doe, dan kom ik daar uit en dan vervolgens… nee hoor. Maar ik heb wel instincten die mij bepaalde kanten opbrengen. En waar ik erg van houd, en toen al hield: kijken wat er op mijn pad komt. Spannend. Uitdagend.’

Groningen
‘Ik ging economie studeren; dat was helemaal voor mij gemaakt – dacht ik. En dat was ook zo. Ik begon met bedrijfseconomie, maar kwam er snel achter dat macro-economie mij veel meer trok. Macro-economie gaat over keuzes, over het leven, over hoe de wereld draait, daar lag en ligt mijn hart. En ik wilde naar Den Haag. Om te beginnen liep ik een half jaar stage bij de Tweede Kamerfractie van de PvdA. Ik was daar Alice in Wonderland, ik vond het allemaal geweldig. Ik was er inmiddels achter dat de macht lag bij de ministeries en niet bij het parlement en ging werken bij het ministerie van Financiën, zij het niet als minister, nee. Vervolgens ging ik in Brussel werken en toen – en toen ging ik naar New York. Waar ik, wist ik meteen, thuishoorde. Niks ten nadele van Groningen hoor – en ook niet van Hengelo – maar ik hou van plekken met zogezegd grote concentraties mensen: New York, Beijing. Ik hou van miljoenensteden. Altijd als ik naar Groningen moest dacht ik dat ik van de aardbodem zou vallen. Het Nederlandse studieklimaat was op dat moment ook niet heel uitdagend. Het was vakjes afstempelen. Laat ik het zo zeggen: ik heb in mijn leven intellectueel gezien stimulerender dingen gedaan dan studeren in Groningen.’

Brussel
‘Ik ging in Brussel werken voor de Europese Commissie – en pas toen ik daar ging wonen en werken merkte ik dat er plekken zijn in de wereld waar men langer en beter nadenkt over dingen dan wij in Nederland gewend zijn. Waar ik nu weleens spijt van heb: dat ik toen ik al 28 was pas geïnternationaliseerd ben. Zo laat, zo jammer. Dat was toen ik in Brussel terechtkwam, zogenaamd ook nog met een veilig gevoel, want het zou maar voor twee jaar zijn en dan weer terug naar het ministerie in Den Haag. Maar ik kreeg al snel de smaak te pakken. Tot die tijd dacht ik dat de zon om Nederland draaide, om preciezer te zijn: om het Binnenhof. Dat daar alle macht was, dat daar alles gebeurde. Mijn ogen werden in Brussel geopend – dat er meer was, dat er in het buitenland slimmere mensen waren, slimmere oplossingen. Vanaf toen was de hele wereld voor mij. Ik had toen nog wel een geliefde in Den Haag. Ach, die liefde, die was ook niet zo overweldigend. Ik zette het stop. En daar heb ik geen spijt van.’

‘Vrouwen die niet het maximale uit hun talenten proberen te halen, VIND IK ECHT WÁÁRDELOOS’

Partner, gezin
‘Dat stond nooit heel hoog op mijn agenda; ik streefde er niet naar. Mijn zus wist al heel vroeg dat ze kinderen wilde en ik had en heb vriendinnen die er alles aan doen om kinderen te krijgen. Ik sloot kinderen niet uit hoor, maar toen het er niet van kwam vond ik het best. Ik miste het niet. En nog niet. Als ik kinderen had gehad, zou ik dit leven niet kunnen leiden. Toen ik mij in die vrouwenzaken mengde, werd ik er weleens op aangesproken: jij weet niet hoe het zit, jij hebt daar geen ervaring mee. Dan kan ik wel zeggen: ik heb een zus met drie kinderen en met een fulltime baan, maar dat neemt niet weg dat ik geen kinderen heb, ik spreek niet uit ervaring. En dat is nou net zo’n niveau van discussiëren waar ik geen zin in heb. Dat is ook wel typisch Nederlands hoor: niet op de argumenten, op de inhoud ingaan. Óf er wordt gezegd: waar bemoei je je mee, ik beslis zelf toch wel hoe ik mijn leven wil inrichten. Óf er wordt gezegd: jij moet niks zeggen want je hebt geen kinderen. Dan denk ik: kunnen we niet gewoon een inhoudelijke discussie voeren? Echt niet? Nou ja, dan niet. Ik ben gezegend met een heleboel andere interesses; het staat of valt bepaald niet met de vrouwenzaak.’

New York

‘Amerika trok me nooit zo, totdat ik in New York kwam: ik was meteen helemaal verkocht. Ik was eind twintig. Ik dacht: ik ga hier wonen, werken, ik ga de wereld veranderen vanuit New York. Dat kun je nog denken op die leeftijd. Ik ging op de bonnefooi. Ik heb best wel veel zelfvertrouwen wat dat betreft. Wat kan je eigenlijk gebeuren als het misgaat? Ik kreeg een baan bij Ernst & Young maar raakte die redelijk snel, na 11 september, weer kwijt. Ik ging voor mezelf werken als consultant, voornamelijk voor grote multinationals. Toen ben ik ook gaan schrijven. Voor onder meer het NRC en – later – Het Financieele Dagblad. Ach, die begintijd in New York – alsof je in een film loopt! Als iemand tegen me zegt: ik ben nog nooit in New York geweest, dan denk ik: oh, wat heerlijk voor je, dan heb je nog steeds die eerste keer te goed! Maar het is ook een hele moeilijke stad. In Beijing, waar ik nu woon, zijn ze blij met je komst: ha, weer een expat erbij! In New York denken ze: oef, weer een concurrent erbij. Het is een heel dure stad; het is de stad waar de meest getalenteerde mensen zich hebben gevestigd en vechten om een plek; de concurrentie is heel, heel groot; je moet op je tenen lopen om mee te kunnen doen. New York weet je altijd uit je comfortzone te halen: je wordt sterker, beter. Tevredenheid is niet iets wat in New York thuishoort; je moet altijd meer willen en iedereen heeft altijd haast. Dat maakt het spannend. Het brengt je constant op nieuwe ideeën, het borrelt constant in je hoofd. Mijn stad.’

Nederland
‘Daar ga ik niet meer wonen, nooit. Laat ik het zo zeggen: als ik mijn moeder, broer en zus en nichtjes en neefje zie, dan ben ik heel blij. Ik kom twee, drie keer per jaar, dat is echt wel voldoende. In Hengelo kun je het gras horen groeien. Maar ik denk weleens, heel soms: iets meer zekerheid in mijn leven, iets hè, dat zou wel prettig zijn. Door telkens naar een nieuwe stad in een ander land te gaan – Brussel, New York, Beijing – neem je toch telkens weer achteraan in de rij plaats.’

Inspiratiebronnen
‘Mijn moeder! Maar dat is wel duidelijk. En Angela Merkel! De Amerikanen kunnen haar bloed wel drinken, maar ik vind haar helemaal geweldig. Net als Janet Yellen, de president van de Amerikaanse centrale bank, en Christine Lagarde van het IMF. Stuk voor stuk: de vrouw in een toppositie, de vrouw als powerhouse. Voor mijn zelfbeeld heel belangrijk, dat soort vrouwen. Nee hoor, die vrouwen functioneren niet anders dan mannen in topposities, gelukkig niet. Ik ben een gelijkheidsfeministe. Dat vrouwen aan de top anders, beter moeten of zouden functioneren – ik geloof daar niets van. Als gezegd: de verschillen tussen vrouwen en mannen zijn allemaal cultureel bepaald; vrouwen – en mannen – zijn van jongs af aan geconditioneerd. Ik wil niet dat vrouwen ergens een plekje krijgen omdat ze vrouw zijn, maar omdat ze het net zo goed of zelfs beter kunnen dan mannen. Dan is er nog een lange weg te gaan, ja. Dat dit de eeuw van de vrouw wordt, hmm… ik moet het nog zien hoor. Mannen zijn heel goed in staat hun baantjes te behouden en baantjes naar elkaar toe te schuiven.’

‘Verschillen tussen man en vrouw zijn niet door de natuur, maar cultureel bepaald’

Powerfeministe
‘Zo word ik sinds 2006 genoemd. Toen begon ik columns en opiniestukken te schrijven en begonnen we Women on top. Ik vind het een oké woord, een duidelijke term; feminisme gaat érg om de verdeling van macht. Al probeer ik zelf verder het woord feministe een beetje te vermijden. Ik ben op de eerste plaats econoom, dat is mijn vakgebied. En van een bestaan als powerfeministe kun je nou eenmaal niet leven.’

Beijing
‘Ik wil graag uitgedaagd worden, oh ja, dat in elk geval. Heb ik altijd gehad. Nu woon ik in Beijing en dat is een héle grote uitdaging. Ik zit hier nu tijdelijk, wat ook niet anders kan: Chinezen maken het je heel moeilijk om aan een visum te komen. Een verblijf is altijd tijdelijk, na negentig dagen moet je het land weer uit. Maar op den duur… ik twijfel: me hier vestigen of in New York blijven. De eerste reden dat ik hier verblijf, is dat ik mijn Chinees flink wil verbeteren. Ik ga elke ochtend op de fiets naar school, twaalf kilometer door een hitte van veertig graden; iedereen fietst hier heel sloom en niemand let op de regels. Heel irritant maar daardoor ook geweldig! Mijn Chinees zal wel niet helemaal vloeiend worden maar wel goed. Ik had gisteren een Chinese vriendin op bezoek. Ik moest koken en eten en praten, wat voor mij veel tegelijk is – en dat praten ook nog in het Chinees! Vier uur lang! Reden twee dat ik hier ben is om onderzoek te doen. Ik ben al lang gefascineerd door China, mijn proefschrift ging al over de Chinese economie. China groeit zó hard, de ontwikkelingen gaan zó snel. Toch, ook als je hier regelmatig komt, moet je oppassen dat je niet in oude denkbeelden gaat vervallen: neokoloniaal, beetje neerbuigend – Chinezen, dat zijn allemaal mensen die geen geld hebben. Nou, zo langzamerhand zijn het de westerlingen die geen geld hebben. En een enkele keer hoor je nog weleens, nog steeds: Wat doe jij in China? Ben je verbannen? Sorry, verbannen? Het is gewoon een óntzettende uitdaging om hier te werken en om onderzoek te doen, om hier te zijn, te leven. Hier gebeurt het nu! Mijn woning – een heuse traditionele siheyuan – in het centrum van Beijing is echt heel primitief. Zo mag bijvoorbeeld wc-papier niet doorgespoeld worden. Buiten op straat hoor je allemaal mannen rochelen en spugen. Dat verklaart waarschijnlijk mijn hang naar Westerse dingen, naar producten als Ajax en Haribo. Van mijn woning probeer ik zo mijn comfortzone te maken. Dat je je hier een beetje ongemakkelijk voelt – met die moeilijke taal en niet al die luxe die je gewend bent – dat vind ik helemaal niet erg, welnee: dat stimuleert juist. Het is weer overleven, net als toen ik in New York begon.’

‘Overleven is een kunst en die kunst versta ik onderhand heel goed.’

Over Heleen

Heleen Mees (46) is de jongste van drie kinderen uit een gezin in Hengelo. Ze studeerde economie in Groningen en werkte bij het ministerie van Financiën en bij de Europese Commissie in Brussel. In 2000 vestigde ze zich in New York, waar zij onder meer multinationals adviseerde. In 2006 schreef zij het pamflet Vrouwen moeten nu eindelijk eens écht aan het werk gaan, wat tot veel discussie leidde en leidt. Datzelfde jaar richtte zij Women on top op, een organisatie die zich inzet voor vrouwen aan de top. In 2012 promoveerde ze op de economische groei van China. Ze was columniste voor onder meer NRC Handelsblad en Het Financieele Dagblad. Op 1 juli 2013 werd zij gearresteerd in New York op verdenking van stalking van Willem Buiter, haar voormalige minnaar. Drie dagen en nachten verbleef zij in Rikers Island, de beruchte gevangenis van New York. De zaak werd later geseponeerd. Momenteel loopt er een rechtszaak van Mees tegen Buiter; het gaat onder meer over door haar geleden reputatieschade. Ze eist 20 miljoen dollar. Heleen Mees schrijft, geeft les en advies en woont beurtelings in New York en Beijing.

Het interview met Heleen Mees verscheen in Elegance editie 4 (2015), bestel dit nummer hier.

Meer interviews van Elegance lees je hier.

Tekst: Hans Verstraaten Fotografie: Ruben Lundgren

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+