Georgia O’Keeffe: moeder van het modernisme

Ze is de moeder van het Amerikaanse modernisme, feministe, wereldreiziger én een stijlicoon, die haar tijd ver vooruit was. Geen wonder dat kunstschilder Georgia O’Keeffe (1887-1986) anno nu nog velen weet te inspireren.

Georgia Totto O’Keeffe werd op 15 november 1887 geboren in de buurt van het Ameri- kaanse Sun Prairie (Wisconsin) als tweede van zeven kinderen. Haar vader was een welvarende boer, haar moeder een cultuurfanaat, die vond dat haar dochters kunstlessen moesten volgen. Dat zorgde ervoor dat Georgia al op jonge leeftijd teken- en schilderlessen kreeg met haar zussen Ida en Anita en haar kunstzinnige talent kon ontplooien.
Op haar veertiende verhuisde het gezin naar Virginia, waar zij naar een kostschool werd gestuurd. Ze was als tiener al zeer onafhankelijk; vaak trok ze in haar eentje de natuur in om urenlang te wandelen en te schilderen. Haar talent viel op bij een lerares, die Georgia stimuleerde om aan de prestigieuze School of the Art Institute in Chicago te gaan studeren. Maar de vrijgevochten 18-jarige Georgia kon haar draai niet vinden binnen het stijve schoolklimaat en stapte na een jaar over naar de Art Students League in New York. Ook hier was het onderwijs zeer traditioneel – lessen zoals naaktmodel schilderen boeiden de jonge kunstenaar totaal niet. Wat haar wel fascineerde, waren de lessen stilleven schilderen, die ze kreeg van de Amerikaanse impressionist William Merritt Chase. Hij leerde haar alles over kleuren en lichtval, iets waarmee ze in haar latere werk wereldberoemd zou worden.
Omdat haar moeder tuberculose kreeg en haar familie in financiële problemen raakte, moest ze ook deze studie opgeven. Om geld te verdienen werkte Georgia een aantal jaar als tekenaar in de reclamewereld en als kunstdocent op een middelbare school. Haar overtuiging dat een kunstopleiding verspilling is voor ware talenten, werd echter steeds sterker, en dat was ook iets dat ze haar leerlingen meegaf.

Gallery 291

Onder invloed van de schilder Arthur Wesley Dow begon ze meer en meer een eigen stijl te ontwikkelen, die abstracter was dan haar eerdere werk. Later zou ze zeggen dat Dow haar het meest beïnvloed heeft in haar zoektocht naar wie ze werkelijk was als kunstenaar. Dow was in die tijd al een leidend figuur binnen het Amerikaanse modernisme en exposeerde in de beroemde New Yorkse avant-gardistische Gallery 291 van fotograaf Alfred Stieglitz. Hij was een van de meest invloedrijke personen binnen de moderne kunstwereld in die tijd. Stieglitz ontdekte het werk van Georgia O’Keeffe en besloot in 1916, buiten haar medeweten, tekeningen van haar te exposeren in zijn galerie.

‘Ze vond haar werk veel TE INTIEM om met de wereld te DELEN’

In plaats van te jubelen, was Georgia in shock toen ze hierachter kwam, omdat ze haar werk veel te intiem vond om met de  wereld te delen. Ze vroeg Stieglitz de tekeningen te verwijderen, maar de charmante kunstkenner wist haar over te halen ze toch te laten hangen.
Het duurde niet lang voordat de twee in een hartstochtelijke ver- houding verwikkeld waren.
De bijna 24 jaar oudere fotograaf verliet zijn vrouw Emmeline Obermeyer en binnen een jaar woonde hij samen met Georgia. Dit had één groot voordeel: dankzij zijn financiële steun kon ze zich nu volledig op haar kunst richten. Georgia werd zijn belangrijkste muze: in de jaren die volgden maakte hij zo’n 350 portretten van haar, veelal naakt. Ze trouwden op 11 december 1924 – Georgia was toen 37 jaar – en bleven samen tot zijn dood in 1946. Hoewel ze soulmates waren (ze schreven elkaar bevlogen brieven van soms wel veertig kantjes) en elkaar helemaal vonden in hun passie voor moderne kunst, was hun relatie ook gecompliceerd. Georgia wilde heel graag een kind, maar haar echtgenoot weigerde in haar verlangen mee te gaan. Het gemis vrat zo aan Georgia dat ze depressief raakte, zich meermaals terugtrok in New Mexico en periodes alleen maar zwart-wittekeningen maakte.

GettyImages-1946329

Hart van bloemen

Met hulp van haar invloed- rijke echtgenoot wist Georgia O’Keeffe in de tweede helft van de jaren 20 uit te groeien tot een van de grootste namen binnen het Amerikaanse modernisme – haar werk bevindt zich op de grens van abstractie en realisme. Ze was de eerste vrouw die haar eigen tentoonstelling mocht opzetten in het New Yorkse Museum of Modern Art in 1945. Iedereen sprak over de vernieuwende manier waarop zij bloemen schilderde: close-up met het hart van de bloemen centraal. Al snel werd de vergelijking getrokken met het vrouwelijk lichaam en de link gelegd naar vulva’s. Critici ver- weten Stieglitz dat hij het werk van zijn vrouw bewust op deze manier promootte, omdat hij maar al te goed wist dat dit goed zou verkopen. Georgia zelf heeft zich altijd gedistantieerd van deze freudiaanse duiding van haar werk. ‘Het zijn gewoon bloemen, ik houd van bloemen,’ zei ze dan.
Stieglitz was een commercieel genie. Hij wist al lang voordat personal branding een begrip werd hoe hij een kunstenaar succesvol in de markt kon zetten. Hij leerde Georgia hoe ze zich moest presenteren en hoe het juiste imago haar zou helpen als artiest. Ze leerde te poseren als topmodel; er zijn tal van voorbeelden van foto’s waarop ze zelfbewust en zonder te lachen in de camera kijkt. Wat hij haar niet hoefde aan te leren, was haar unieke – en voor die tijd zeer vooruitstrevende – gevoel voor stijl. Georgia probeerde zich al op jonge leeftijd te onderscheiden van anderen: droegen haar zussen hun haren in vlechten, dan liet zij ze loshangen. En op een groepsfoto van studentenvereniging Kappa Delta van haar internaat valt ze meteen op door haar zwart-witte, ruimvallende kleding. Georgia was fel tegenstander van de korsetten en hakken die vrouwen in die tijd droegen. Ze wilde niet geseksualiseerd worden en koos daarom voor een masculiene, bijna androgyne, stijl van kleden. Ze bouwde een ruime collectie op van tweedelige pakken, tunieken en hemdjurken, die ze deels zelf ontwierp, en liet maken van de beste materialen. Deze combineerde ze met grote zwarte hoeden, flatjes of brogues.
Haar kleding was vrijwel altijd zwart of zwart-wit. Praktisch, noemde ze dit zelf, want als ze haar tijd moest gaan verspillen aan het uitkiezen van kleuren voor jurken, zou ze niet meer aan schilderen toekomen. Kunstkenners vergeleken haar stijl met haar kunst: ze bedekte haar lijf met abstracte vormen, net zoals haar doeken. In haar latere jaren, toen ze zich vestigde in New Mexico, paste ze haar kleding aan op de kleuren van de zuidwestelijke landschappen.

Celine en Calvin Klein

De reizende tentoonstelling Georgia O’Keeffe: Living Modern toont de bijzondere garderobe van de kunstenares, met meer dan zestig stukken die bewaard zijn gebleven. Deze worden gekoppeld aan een selectie van haar schilderijen en foto’s van Georgia van onder anderen Alfred Stieglitz, Annie Leibovitz, Andy Warhol en Bruce Weber. De expositie is momenteel te zien in het Cleveland Museum of Art in Ohio (tot 3 maart) en reist daarna door naar het Wichita Art Museum in Kansas (van 29 maart tot 23 juni) en het Norton Museum of Art in West Palm Beach, Florida (van 22 november tot 4 februari 2020).
Anno nu laten designers zich nog steeds inspireren door de stijl van Georgia O’Keeffe. De minimalistische look met flatjes is al jaren te zien op de catwalks van modehuizen als Celine en Calvin Klein. En ook Victoria Beckham maakt veel referenties naar haar stijl. Ontwerper Calvin Klein heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij een groot bewonderaar van haar werk is. Hij heeft zelfs een van haar bloemenschilderijen in zijn slaapkamer hangen. ‘Het is het laatste wat ik zie als ik naar bed ga en het eerste als ik opsta, dus het inspireert me altijd’, zei hij hierover. Ook de eerste cruise-collectie die Maria Grazia Chiuri maakte nadat ze in 2016 als creatief directeur voor Dior kwam werken, zat vol met linkjes naar Georgia O’Keeffe. Zo was bijna elke look gestyled met de breedgerande hoed die de kunstenares zo vaak droeg. Ook waren er veel kimono’s te zien, die Georgia veel ging dragen nadat ze tijdens een van haar vele reizen Japan had bezocht. Naast kunstenaar was zij ook avonturier en wereldreiziger. Terwijl haar echtgenoot in New York de zaak draaiende hield, reisde zij van het Verre Oosten en Hawaï naar Canada en de woestijnen van New Mexico. Altijd weer op zoek naar dat ene bijzondere landschap om op canvas vast te kunnen leggen. Ze kon dagenlang onder- weg zijn en zich helemaal verliezen in de kleurnuances en lichtinval van de natuur. Waar ze in haar beginjaren voornamelijk bloemen schilderde, kwamen daar later beenderen, rotsen en woestijnlandschappen bij.

‘Iemand is een GOEDE SCHILDER of niet, dat heeft NIETS met het GESLACHT te maken’

Feministische blik

In 1946 overleed haar echtgenoot en drie jaar later verliet de 62-jarige Georgia New York voorgoed. Ze vestigde zich in New Mexico, waar ze twee huizen kocht: The Abiquiú en Ghost Ranch. Het Abiquiú-huis was een bouwval toen ze het betrok, maar ze liet het helemaal opknappen en ook tuinen aanleggen, waar ze haar eigen groenten kweekte.
In deze streek bracht Georgia de laatste decennia van haar leven door. Toen ze op haar 84ste vanwege gezichtsverlies moest stoppen met schilderen, nam ze een jonge pottenbakker in dienst, die haar leerde om potten te boetseren met haar handen. Van stoppen wilde ze niets weten en ze pakte, aan- gemoedigd door zijn levenslust, in haar laatste levensjaren zelfs het schilderen nog even op. Georgia stierf uiteindelijk op 6 maart 1986, op de respectabele leeftijd van 98 jaar, in het St. Vincent’s Hospital in Santa Fe. Elf jaar naar haar dood, in 1997, werd het Abiquiúhuis heropend als onderdeel van het Georgia O’Keeffe Museum, dat wisse- lende tentoonstellingen van haar ruim 3000 werken laat zien. Bezoekers kunnen een kijkje nemen in het huis, haar studio en de landschappen bekijken die haar zo inspireerden.
Ruim dertig jaar na haar dood is Georgia O’Keeffe niet alleen een inspiratie vanwege haar kunst en stijl, maar ook dankzij haar feministische blik op het leven. ‘Ik ga een ander leven leiden dan als tiener al. Ze wilde niet specifiek als andere meisjes’, zei ze als tiener al. Ze wilde niet specifiek als vrouwelijke kunstenaar benaderd worden en hield altijd haar eigen meisjesnaam aan, al had de achternaam van haar man haar faam ongetwijfeld nog sneller doen groeien. In die tijd, waarin mannen de kunstwereld domineerden, weigerde Georgia te geloven dat zij betere of succesvollere kunstenaars waren. ‘Iemand is een goede schilder of niet, dat heeft niets met het geslacht te maken’, sprak ze. In 1976 weigerde ze onderdeel uit te maken van een grote tentoonstelling over vrouwen in de kunst in Los Angeles, omdat ze dit geslachts- discriminatie vond. Die luxe kon ze zich permitteren, haar werk verkocht er niet minder om. Sterker nog: haar schilderij Jimson Weed/White Flower No. 1 (1932) werd in 2014 op een veiling voor ruim 35 miljoen euro verkocht. Dit maakt haar de duurste vrouwelijke kunstenaar uit de geschiedenis. Chapeau!

Tekst: Jill Waas Fotografie: Getty Images

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+