De veranderende positie van de vrouw

Tachtig jaar geleden verscheen de eerste Elegance. De levensbestemming van de vrouw was destijds heel simpel: trouwen, kinderen krijgen, het huishouden doen. Intussen heeft er een aardverschuiving plaatsgevonden als het gaat om de positie van de vrouw. Van het opheffen van handelingsonbekwaamheid tot #MeToo. ‘We zijn er nog niet, maar er is veel bereikt.’ Een analyse.

‘Het is ongelofelijk hoe de positie van vrouwen de afgelopen tachtig jaar is veranderd’, zegt historica Els Kloek (65). ‘Het is een maatschappelijke revolutie geweest die zijn weerga in de geschiedenis niet kent. Als je in 1937 een vrouw was, lag je levensloop min of meer vast. Je werd geacht te trouwen, kinderen te krijgen en je aan het huishouden te wijden. Punt. In 2017 kunnen vrouwen carrière maken en kiezen ze zelf hoe ze hun levens willen inrichten. We zijn er nog niet, maar er is heel veel gebeurd.’ Els Kloek stelde het succes- volle lexicon 1001 Vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis samen en werkt nu aan een nieuw boek: 1001 Vrouwen in de twintigste eeuw. Ze schreef ook een geschiedenis van de Hollandse huisvrouw. Ze vertelt: ‘Als we teruggaan naar 1937, dan zie je dat de eerste feministische golf helemaal was gaan liggen. Vrouwen hadden dankzij die golf stemrecht en toegang tot universitair onderwijs gekregen – maar daar bleef het bij. Het was de feministes van de eerste golf niet gelukt een einde te maken aan de handelings- onbekwaamheid van de vrouw. Getrouwde vrouwen waren voor de wet nog steeds ondergeschikt aan hun man. Voor elke uitgave die ze wilden doen, moesten ze toestemming van hun echtgenoot hebben. Ze mochten niet zonder zijn toestemming geld opnemen van de bank, ze mochten zich zelfs niet op een tijdschrift als Elegance abonneren. Bovendien werden vrouwen die in dienst waren van de overheid ontslagen als ze trouwden. Want getrouwde vrouwen hadden niet het recht een beroep in de ambtenarij uit te oefenen. En het duurde nog twintig jaar voordat hier verandering in kwam.’ Na de Tweede Wereldoorlog veranderde er aanvankelijk wei- nig voor vrouwen. Het ideaal van de vrouw als huisvrouw en hoedster van het gezin werd eigenlijk alleen maar dwingen- der, vertelt Kloek. ‘Door de oorlog waren gezinnen ontwricht.

Als reactie daarop kreeg je tijdens de wederopbouwjaren een sterke opleving van de gezinscultuur. De toegewijde, spaarzame huisvrouw kreeg een belangrijke rol toebedeeld bij het weer op orde krijgen van de samenleving. ‘Gezinsherstel brengt volks- herstel’ was de leus. Dat betekende dat de druk op vrouwen om in de keuken te blijven groter werd.’
In de jaren 50 was 98 procent van de getrouwde vrouwen huisvrouw, volgens cijfers van het CBS. We kunnen ons tegen- woordig niet meer voorstellen wat voor een zware baan het huis- vrouwenbestaan toen was. Volgens een enquête van Libelle uit 1956 werkte een huisvrouw gemiddeld twaalf tot veertien uur per dag. Kloek: ‘Tegenwoordig halen we gewoon wat te eten om de hoek als we geen zin hebben om te koken en gooien we onze kleren in de wasmachine en vervolgens in de droger. Maar in die tijd had een huisvrouw twee dagen werk aan de was. Die moest uitgespoeld worden, gewrongen, te drogen gehangen, gestreken. Veel mensen hadden het niet breed, dus vrouwen maakten zelf kleren. Een gat in je sok? Dat moest moeder stop- pen. Het huishouden was een ongelofelijke klus en er was nog geen pil, dus je liep het risico om aan de lopende band kinderen te krijgen. Bovendien werd je geacht je man op te vangen, dus je was ook nog eens psycholoog en life-coach. En je had grote kans dat je je oude (schoon-)moeder in huis kreeg.’

Carrière of huwelijk

Het ideaal van de vrouw als moeder en huisvrouw bleef tot diep in de jaren 60 overeind. Het aantal getrouwde vrouwen dat betaald werk verrichtte lag in 1960 op slechts 7 procent. Uit een onderzoek van Philips in 1966 bleek dat ook toen de gemid- delde huisvrouw 60 uur per week werkte. Inmiddels had ze wel allerlei elektrische apparaten tot haar beschikking, waarvan vooral de stofzuiger intensief werd gebruikt. Bijna de helft van de vrouwen vertelde aan de Philips-enquêteurs dat ze voor elf uur ’s ochtends al hadden gestofzuigd.
Ondanks alles waren er toch vrouwen die carrière maakten. Die zijn er altijd geweest, hoe moeilijk het vaak ook was om een loopbaan van de grond te krijgen. Want ambitieuze vrouwen ondervonden vrijwel altijd tegenwerking, al was het maar om- dat de samenleving ambitie bij een vrouw niet waardeerde. ‘Vaak moest een vrouw kiezen: óf een carrière óf een huwelijk. Carrière en huishouden waren in die tijd bijna niet te combineren’, vertelt Kloek. Ze geeft een paar voorbeelden van vrouwen die het indertijd toch voor elkaar kregen om mooie carrières op te bouwen en die een plek krijgen in haar nieuwe lexicon. Bijvoorbeeld de botanicus en schimmeldeskundige Johanna Westerdijk (1883-1961), de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland. Van Westerdijk is ook de onsterfelijke uitspraak: ‘Van een saai en eentonig leven gaat zelfs een schimmel dood.’

‘Vrouwen in dienst van de overheid werden ontslagen als ze trouwden’

Een ander prachtig voorbeeld is Marga Klompé (1912-1986), de eerste vrouwelijke minister van Nederland. Zij bracht in 1963 de Algemene Bijstandswet tot stand, een mijlpaal in de geschiedenis van de rechten van de vrouw. Die wet bepaalde namelijk dat ook vrouwen recht hadden op een bijstandsuitkering. Eindelijk hoefden vrouwen niet langer om financiële redenen bij hun man te blijven – al was scheiden nog steeds een schande en een gescheiden vrouw een paria. Een andere politica die baanbrekend werk verrichtte was het PvdA-kamerlid Corry Tendeloo (1897-1956), die er in 1955 voor zorgde dat de handelingsonbekwaamheid van de vrouw werd opgeheven. Dankzij haar werd ook de bepaling uit de wet geschrapt dat de man het hoofd van het gezin was en werden vrouwelijke ambtenaren en onderwijzers niet langer ontslagen als ze trouwden. Het waren belangrijke stappen op weg naar een betere positie van de vrouw. Maar de belangrijkste stap werd gezet in 1962, met de introductie van de anticonceptiepil. Vanaf dat moment hadden vrouwen de mogelijkheid zelf te bepalen of en hoeveel kinderen ze wilden. Dat was een vrijheid die ze nog nooit hadden gehad. De anticonceptiepil gaf ook de aanzet tot de seksuele revolu- tie waarbij het relatief nieuwe inzicht opgang deed dat ook vrouwen seksuele wezens zijn en kunnen genieten van seks.

Keuken als lotsbestemming

In de jaren 60 kwam de tweede feministische golf op gang en die maakte een wereld van verschil voor vrouwen. ‘Het begon in 1967, met het beroemde artikel van de Joke Kool-Smit, Het onbehagen bij de vrouw’, vertelt oud-politica Hedy d’Ancona (80), die een belangrijke rol speelde in die tweede feministische golf. In haar artikel stelde Kool-Smit dat vrouwen niet dezelf- de rechten als mannen hadden: dat hun lotsbestemming nog steeds de keuken was en dat ze geen volwaardige leden van de samenleving vormden. ‘Dat verhaal riep een stroom van reac- ties op. Joke en ik hebben die mensen allemaal een vragenlijst gestuurd. En toen besloten we in 1968 een actiegroep op te richten. Eerst heette die Vrouwen 2000, maar het werd Man Vrouw Maatschappij, omdat we vonden dat mannen ook mee moesten doen.’ Twee jaar later werd Dolle Mina opgericht, een actiegroep die door middel van ludieke acties ook van alles in beweging zette. Er gebeurde veel in die tijd: vrouwen gingen zich scholen via de zogenoemde ‘moedermavo’, er werd gestreden voor crèches, het eerste blijf-van-mijn-lijfhuis werd opgericht – om maar wat te noemen. D’Ancona: ‘We hadden de tijdsgeest mee. In de jaren 50 was iedereen heel gezagsgetrouw. Het was een brave, saaie tijd. Maar eind jaren 60 kwam iedereen in opstand, ook de studenten en de vakbeweging. De vrouwenbeweging was eigenlijk helemaal niet zo groot. Man Vrouw Maatschappij had nooit meer dan 2000 leden. Maar we hadden wel invloed.

We hielden bijvoorbeeld demonstraties om abortus te legaliseren en daar deden dan heel veel mensen aan mee. Het was wel onhandig dat we geen sociale media hadden. We moesten alles stencilen, een ongemakkelijke manier van communiceren. Maar we kregen wel veel media-aandacht en daarom nam de politiek ons bloedserieus, want ze waren bang hun electoraat te verliezen. Zo kwamen vrouwenrechten op de politieke agenda.’ Hedy d’Ancona: ‘Wat wij wilden was: een einde aan de achterstand van vrouwen in het onderwijs, op de arbeidsmarkt en in de politieke vertegenwoordiging. We wilden dat vrouwen buitenshuis konden gaan werken en dat hoopten we te bereiken via parttimewerk, iets waar nu veel kritiek op is. Vrouwen en mannen moesten al het werk, zowel binnen- als buitenshuis, eerlijk delen. Mannen moesten ook bijdragen aan het huishouden en de zorg voor de kinderen. Man en vrouw moesten allebei zorgen voor brood op de plank en de tijd die overbleef aan vrijwilligerswerk besteden. We wilden een eerlijke verdeling van de macht: evenveel vrouwen als mannen in alle topposities in de wetenschap, de politiek en het bedrijfsleven. Daarom wilden we de vijfurige werkdag voor iedereen. Dat is er helaas niet van gekomen. In plaats daarvan zijn we in Nederland blijven hangen in het anderhalf verdienersmodel. Wij zagen parttimewerk als een opstap voor vrouwen, maar dat is veranderd in het idee dat vrouwen mogen kiezen tussen fulltime werken, parttime werken of thuisblijven. Maar dat is ook niet eerlijk, dat vrouwen mogen kiezen en mannen niet.’

‘Aan de #MeToo-actie zie je hoe groot het probleem van seksueel geweld tegen vrouwen is’

Macht eerlijk delen

‘We wilden dat de macht eerlijk verdeeld zou worden. Dat is ook niet gebeurd. De macht is nog steeds in handen van man- nen. Het aantal vrouwen op topposities is de laatste twee jaar teruggelopen en op de Partij van de Dieren na hebben we geen vrouwelijke fractievoorzitters in het parlement. Heel veel andere dingen zijn gelukkig wel gelukt: achterstanden zijn weggewerkt en als je als vrouw gediscrimineerd wordt, kun je tegenwoordig naar de rechter.’ Ze blijft hoopvol, zegt ze. ‘Ik denk dat er, als het om de machtsverdeling gaat, zeker dingen kunnen veranderen. Omdat op alle niveaus blijkt dat diversiteit beter is voor bedrijven en organisaties. Het verstand zal nog weleens doorbreken.’ ‘Veel jonge vrouwen hebben geen idee wat voor strijd er is gevoerd en wat er allemaal de afgelopen tachtig jaar is bereikt’, zegt sociologie-studente Justine van de Beek (21). Van de Beek is een jonge feministe die twee jaar geleden samen met haar vriendin Anne Ardon het internetplatform Stellingdames.nl opzette ‘om de beeldvorming over feminisme te verbeteren’. Ze spreekt zich op sociale media luid en duidelijk uit over tal van feministische issues.
‘Toen ik Het onbehagen bij de vrouw las, realiseerde ik me dat het toch echt maar kort geleden is dat de meeste vrouwen zich in hun leven volledig richtten op man en kinderen. Tegenwoordig vinden zelfs vrouwen die minder ambitieus in het leven staan het doodnormaal dat ze hun eigen boontjes doppen. Als ik de verhalen hoor van de feministen van de oude garde, besef ik hoezeer wij jonge vrouwen gewend zijn geraakt aan gelijkheid. Of beter: de poging tot gelijkheid. Het probleem is nu dat jonge vrouwen denken: de emancipatie is af. Dat houdt een kritische houding tegen. Daardoor gaan veranderingen nu traag.’ Ze zegt dat ze dankbaar is voor alle verworvenheden: ‘De seksuele bevrijding van de vrouw, het recht op abortus, de anticonceptiepil. Hoewel wij jonge vrouwen nu de vraag stellen: waarom is er nog steeds geen mannenpil? Er zijn nog veel dingen die moeten veranderen. Aan de #MeToo-actie zie je hoe groot het probleem van seksueel geweld tegen vrouwen is. Een ander punt is dat je nog steeds veel te weinig vrouwen in de media ziet. Bijna 90 procent van de experts die in de media opduiken is man. Programmamakers staan er niet bij stil wat een impact die stereotiepe representatie heeft: dat heeft echt een vormende werking op hoe mensen tegen man- nen en vrouwen aankijken. Ik noem hier maar twee problemen, maar ik kan je een hele lijst van dingen geven. Wat dacht je van de loonkloof, dat mannen met hetzelfde werk nog steeds meer verdienen dan vrouwen?’

Worstelen

‘Het is voor jonge vrouwen tegenwoordig ook niet altijd makkelijk, al kun je het natuurlijk niet vergelijken met de situatie in 1937’, zegt Els Kloek. ‘Maar jonge vrouwen moeten tegenwoordig ook heel veel. Ze moeten én carrière maken én kinderen krijgen én er goed uitzien én er een spannend sociaal leven op na houden. Ik zie hen daar wel mee worstelen. Maar ik ben optimistisch. We komen er wel, want wij zijn het sterke geslacht.’

Tekst: Renate van der Zee Fotografie: iSTOCK

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+