De eerlijke keuken van Corsica

Stoerder. Ruiger. Eigengereider ook. Corsica was altijd al anders dan het Franse vasteland. En daar is het eiland heel trots op. Maar één ding hebben ze gemeen: de liefde voor lekker eten. Zo blijkt uit De keuken van Corsica.

Het is het op drie na grootste eiland in de Middellandse Zee. Toch is Corsica de grote onbekende, die veel minder Nederlandse bezoekers trekt dan je zou verwachten. Ten onrechte, want het Île de beauté heeft veel te bieden: bossen, zee, stranden, sfeervolle historische stadjes.

Een berg in zee

En bergen: Guy de Maupassant noemde Corsica zelfs ‘een berg in zee’. Bovendien is Corsica staatkundig weliswaar Frans, toch heeft het eiland zijn eigen cultuur (inclusief een eigen, erkende taal) altijd bewaard. Daardoor is het ook voor de Fransen zelf een bijna exotische reisbestemming. Mede vanwege de keuken, waarin voornamelijk gebruik wordt gemaakt van ingrediënten uit eigen streek.

Geen bio-industrie

Vanwege die eigenschap ‘berg in zee’ – bewoners zijn meer op het land gericht dan op de zee – wordt er opvallend veel met (varkens)vlees gewerkt, en minder met vis dan je zou verwachten van een eiland. Overigens geen vlees uit de bio-industrie: de Corsicaanse varkens scharrelen hun kostje veelal zelf bij elkaar in de talrijke bossen en het kruidachtige struikgewas.

Corsicaanse cucina

Een uitstekende kennismaking met de Corsicaanse cucina is Nicolas Stromboni’s De keuken van Corsica. Oorspronkelijke titel van het boek is overigens Du pain, du vin, des oursins, een variant op de bekende slagzin van Boursin (die blijkbaar dus ook in Frankrijk werd gebruikt en daar al even ingeburgerd is). Een oursin is een zee-egel, een geliefde lekkernij voor de Corsicanen.

De keuken van Corsica

De keuken van Corsica (320 pagina’s, Fontaine Uitgevers, €24,95) geeft een bijzonder compleet beeld van alles wat er op het grootste Franse eiland wordt geteeld, gekweekt, verbouwd, geoogst en gevangen. De compleetheid van de informatie in combinatie met de eigenheid van de Corsicaanse keuken maakt dit boek ook voor doorgewinterde koks zeer de moeite waard.

Tekst: Erik Paul Jager Fotografie: Sandra Mahut

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+