Op naar Lille

Lifestylejournalist Karin Kuijpers vraagt zich af: waarom naar Parijs gaan als je ook naar Lille kunt? Een stad om lief te hebben en ook nog eens om de hoek.

Lille ken ik vooral van het er voorbij scheuren op weg naar Parijs. De stad ligt te dichtbij om er tijdens de autorit pauze te nemen en afgezien van het jaar 2004 waarin Lille culturele hoofdstad van Europa was, leek er de afgelopen jaren weinig aanleiding ernaartoe te gaan. Totdat dit jaar de Thalys met een directe flitstrein  kwam van La Hollande naar Lille, die je vanuit Amsterdam in iets meer dan twee uur naar de stad brengt. Andere triggers waren de komst van  vijfsterrenboetiekhotel Clarance (ik ben dol op boetieks en dus ook op boetiekhotels) en in buurgemeente Croix werd Villa Cravois na veertien jaar renovatie  heropend, een architectonisch hoogstandje van het modernisme. Tel erbij op dat er heel gave vintagewinkels zijn, dat het in het oude centrum wemelt van de  straatjes en steegjes met winkels waar je nauwelijks kledingketens tegenkomt tenzij van Louis Vuitton, Lancel en Hermès (daar heb ik dan weer geen bezwaar  tegen) en dat je er culinair zwaar aan je trekken komt.

‘Geef mij maar een hittegolf en een paskamer.’

Lille is het gastronomische hart van Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Van chef Joris Bijdendijk van restaurant Rijks in Amsterdam, die er net een marathonnetje    resto’s had gedaan, kregen we geheimtips: Le Bloempot, Le Court Debout, brasserie Gabbro, Chez Moi. Enige nadeel is de temperatuur die de dertig graden  aantikt. En nog erger is dat ik enorme zin krijg om kleding te shoppen. Geef mij maar een hittegolf en een paskamer. Mijn reisgenoot en modekenner Ivo denkt er  gelukkig hetzelfde over. Hij is de ideale man die rustig bij de paskamer wacht tot ik mijn dertig hangers ontdoe van hun waar en dan in een leuke robe naar buiten treed om zijn commentaar af te wachten. Wat soms behoorlijk venijnig kan zijn. ‘Je bent geen achttien meer’, ‘terug de paskamer in want matrone’, ‘flumseljurkje’.
Bij een vrij kort duikpakkenjurkje van het materiaal neopreen denk ik in de paskamer: da’s niks. Maar Ivo zegt ‘ja doen schat, deze staat je beeldhübsch. Niet met blote benen, maar met een gele, grijze of zwarte opaque panty’.

‘Heel even voel ik me de Iris Apfel van Lille.’

Ik koop hem, vooral omdat ik hem zelf nooit zou hebben gekocht, maar ik heb honderd procent vertrouwen in de smaak van Ivo. We kopen nog een knalgele   opaque panty, vieren de oogst met een dozijn oesters en champagne bij A l’Huitrière en kuieren door de oude straatjes waar we onder andere de eerste winkel van bakkerij Paul tegenkomen, nu een gevierd bedrijf in heel Frankrijk. Lille en Roubaix waren vroeger textielsteden; de erfenissen ervan kom je nu nog tegen in  kleine winkels die hun eigen stoffen ontwerpen. Naast het museum La Piscine (in, ja echt, een voormalig zwembad) ligt Maisons de Mode, een galerie waar twintig Franse ontwerpers hun collecties tonen. Kort en goed, Lille is leuk, leuk, leuk omdat het zo eigen is. Charles de Gaulle is er geboren en Martine Aubry, de huidige voorzitter van de Parti Socialistes is de burgemeester die met lef de stad regeert. Het goede leven wordt er geleefd. En vanaf 26 september wordt dat ook nog  eens bezegeld met een expositie over joie de vivre in het Palais des Beaux Arts. Terwijl de mussen nog van de daken vallen, dineren Ivo en ik ’s avonds in het  restaurant van Clarance. Ik in mijn duikpakkenjurk van neopreen met een kanariegele panty en zwarte pumps, Ivo in een beige linnen broek met wit overhemd.  Heel even voel ik me de Iris Apfel van Lille.’

Karin Kuijpers

Meer columns lezen? Die vind je hier. Volg Karin ook op twitter en instagram.

Tekst: Karin Kuijpers Fotografie: Museum Piscine © iStock

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+