Het schotse eiland Rum

Lifestylejournalist Karin Kuijpers leegt het hoofd op het Schotse eiland Rum. Eerst afzien op zompige veengronden, dan zon, whisky en levende langoustines.

Ik ruil mijn Gucci-slingbacks en katoenen zomertrench van Burberry in voor Meindl’s bergschoenen en een jack van Fjällraven. We gaan naar Rum, een eiland van de zogeheten Binnen- Hebriden aan de westkust van Schotland. In 1888 stond het eiland te koop. Niemand wilde het. Want: ‘De weg is slecht, de grond zompig, de meren ontoegankelijk, er is geen zalm, geen menselijk leven en het klimaat is afschuwelijk. Al kreeg ik Rum voor niets, zou ik er nog niet willen leven’, schreef natuurlief hebber John Alexander Harvie-Brown destijds. De treinreis ernaartoe is een van de mooiste ter wereld. Vanaf Glasgow naar Mallaig gaan we door een landschap van Lord of the Rings meets Harry Potter. Hoge bergtoppen, grote, lege meren, herten in het wild, oude viaducten. Alleen witte huizen met grove, grijze leistenen en bierdrinkende treinpassagiers herinneren aan menselijk leven.

‘Al kreeg ik Rum voor niets, zou ik er nog moet willen leven’              – John Alexander Harvie-Brown

In zo’n mystieke omgeving snap je dat JK Rowling juist hier haar epos heeft kunnen schrijven. En dat wordt versterkt als de trein midden op een viaduct een paar minuten stilstaat. Het blijkt het viaduct dat naar Harry Potters Hocus Pocus-college Zweinstein leidde. En, bijna logisch, het mobiel bereik gaat al haperen… Prima afkickcentrum voor digi-junkies als ik. In Mallaig stappen we op de boot naar Rum. Slechts dertig mensen wonen er. Wij zijn met elf man: leuk is dat zoon Sam (23) en drie van zijn vrienden al drie jaar geleden met ons op Rum waren en dat ze nu allemaal hun vriendinnen hebben meegenomen. Stoere meiden die ook gaan voor ‘no pain, no gain’. Met zus Louise en haar dochter Charlie gaan we van start, een beetje zenuwachtig. De komende dagen zal de wereld in geen enkel opzicht hetzelfde zijn. Lopen op Rum betekent niemand tegenkomen, water drinken uit de beek, wandelen over eeuwenoude ponypaden terwijl het regent, stormt of de zon straalt. Soms dreigt het weer je van het eiland af te blazen, maar lang duurt die ellende nooit. De zon laat zich gelukkig vaak genoeg zien om het natte lijf droog te blazen.

‘Tussen de heuvels horen we vreemde geluiden. Zijn het trollen?’

En dat moet, want met een tent als enige schuilplaats betekent nat zijn kou lijden. Slechts twee bothies zijn er. Dit zijn eenvoudige berghutten waarvan wandelaars gratis gebruik kunnen maken. Hun namen zijn grappig; Dibidale en Guirdil. We slapen één nacht in een bothy, omdat de grond te nat is om de tent op te zetten. Een uitkomst, al is er niet meer dan een stenen vloer en een dak boven het hoofd. En het wonderschone uitzicht op zee en de andere eilanden niet te vergeten. Nergens een boot te bekennen, we zijn alleen op de wereld. Tussen de heuvels horen we vreemde geluiden. Zijn het trollen? Het blijken broedende pijlstormvogels te zijn. Vijf dagen lopen op Rum maakt fysiek moe, maar het hoofd is leeg. Weg van de digitale snelweg, de natuur werkt louterend. Als we terugkomen in het dorpje gaan we aan de whisky. Een schipper die aanmeert in de kleine haven heeft levende langoustines bij zich. Voor 25 pond krijgen we een berg van deze lekkernij mee. In toprestaurants betalen ze voor dit spul een godsvermogen, wij koken de langoustines in onze kampeerpannetjes. Wat een geluksmoment. Dat we na dagen droogvoer dit delicate schelpdier eten, zittend op een houten bankje met de zon die ons verwarmt. The simple life and the good life…

Karin Kuijpers

Meer columns lezen? Die vind je hier. Volg Karin ook op twitter en instagram.

Tekst: Karin Kuijpers

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+