Column Barbara van Beukering

Journalist en schrijver Barbara van Beukering deelt op deze plek haar persoonlijke verhalen. Ditmaal gaat het over wonen op twee plaatsen.

Vanaf het moment dat onze jongste dochter het ouderlijk huis verliet, stond er in hoofdletters VRIJHEID op mijn voorhoofd geschreven. Meer dan twintig jaar speelden de filmpjes van de levens van onze vier kinderen dagelijks in mijn hoofd; verjaardagsfeestjes, balletlessen, proefwerken, logeerpartijtjes, sportwedstrijden. Je moet het niet alleen allemaal onthouden en organiseren, maar ook bepalen de kinderlevens altijd jouw agenda. Ik heb genoten van het oergezellige gezinsleven, maar deze nieuwe vrijheid was een lonkend perspectief. Alleen, krabden mijn man en ik ons achter de oren, wat zouden we ermee gaan doen? Het meest voor de hand liggende antwoord op vrijheid is vaak op vakantie gaan en verre reizen maken. Maar daar kleefden wat praktische bezwaren aan (tijd en geld), waarvan het grootste bezwaar was dat mijn echtgenoot niet van reizen houdt. Na twee jaartjes dubben kwamen we op een lumineus idee: als we ons huis in Amsterdam zouden verkopen, konden we daarvoor in de plaats een klein appartement in Amsterdam betrekken en een huis in Friesland aanschaffen. Maar niet als vakantiehuis, we zouden ons leven evenredig verdelen over twee woonplaatsen. De drukte van de stad combineren met de rust van het platteland. Je kunt een leven niet verlengen, maar wel verbreden, was onze gedachte. Nadat we de huizencarrousel in gang hadden gezet, gingen we te rade bij mensen die ervaring hadden met het leven op twee plekken. Het belangrijkste advies was: integreren. De bewoners van ons nieuwe dorp moesten niet denken dat wij snobistische Amsterdammers met een tweede huis waren, maar dat wij graag onderdeel wilden worden van hun gemeenschap. Nou staat ons huis toevallig in het allerleukste dorp van Friesland, dus heel moeilijk was de inburgering niet. Maar we hebben toch ons best gedaan. We lieten de verbouwing doen door de plaatselijke aannemer (niet door goedkope illegale Polen), organiseerden een uitgebreide housewarmingborrel en gaven ons op voor vrijwilligerswerk in het dorp. Ander dringend advies van onze voorgangers in het leven op twee plekken was: zorg dat je álles in beide huizen hebt. Dat gaat verder dan bed, bank en pannen. Het gaat juist om de details: garderobe, nietmachine, hardloopschoenen, oesterhandschoen. Je moet nooit misgrijpen in je andere huis. Als wij van woning wisselen, neem ik alleen mijn laptop mee. That’s all. Laatste advies van onze best-of-both-worlds-adviseurs was: hanteer een vast schema. Ga niet wekelijks onderhandelen wanneer je zult verkassen. Dan gaat het mooie of slechte weer een belangrijke rol spelen, maar ook je fysieke gesteldheid, je humeur en je sociale agenda. Wat daar vooral vervelend aan is, is het marchanderen waardoor je nooit weet wanneer je precies waar bent. Wij hanteren de tijdstippen van vertrek zo stipt dat we het er niet eens meer over hebben. Een kwartiertje voor vertrek, begint een van ons een vuilniszak dicht te knopen, en de ander z’n jas aan te trekken. Zonder een woord te wisselen, stappen we in de auto, om vijf kwartier later weer uit te stappen (onderweg luisteren we podcastseries). Mensen vragen ons vaak of het niet verwarrend is, leven in twee huizen. ‘Nee’, zeg ik dan stellig, ‘het leven in de stad gaat om de paar dagen naadloos over naar het leven in het dorp en vice versa.’ We doen hetzelfde: werken, boodschappen doen, televisie kijken, koken, vrienden ontvangen. Alleen verandert het decor. De ene helft van de week kijken we uit op de Kloveniersburgwal, de andere op de Langweerder Wielen. Er is maar één moment dat ik consequent de weg kwijt ben en dat is als ik ‘s nachts naar de wc ga. Midden in de nacht is mijn bewustzijn nog niet ingericht op locatiebepaling en loop ik de helft van de keren de verkeerde kant op. Met enige regelmaat beland ik ’s nachts in een klerenkast.

Tekst: Barbara van Beukering

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+